Bevoegdheden van de politie

Wetgeving Gedragsregels

De politie heeft bijzondere bevoegdheden in het verkeer. Een agent mag je staande houden, je voertuig controleren en je rijbewijs innemen. Als bestuurder werk je daaraan mee. Ook andere opsporingsambtenaren hebben deze bevoegdheden. Denk aan buitengewoon opsporingsambtenaren (boa's), de Dienst Wegverkeer (RDW) en Rijkswaterstaat.

Staande houden

De politie mag je op de weg laten stoppen om je identiteit, rijbewijs of voertuig te controleren. Geeft een agent een stopteken? Dan ben je verplicht te stoppen.

Een agent mag je staande houden om te controleren of je rijbewijs geldig is. Ook mag hij je voertuig bekijken. Hij controleert dan bijvoorbeeld of het voertuig aan de wettelijke eisen voldoet en of het kenteken klopt.

Bij een controle toon je de volgende documenten als de agent erom vraagt:

  • Je rijbewijs
  • Het kentekenbewijs van het voertuig

Heb je een begeleiderspas of een ontheffing? Dan toon je die ook. Een identiteitsbewijs valt niet onder de documenten die art. 160 WVW verplicht stelt. Toch moet je je ook dan identificeren, want dat verplicht de Wet op de identificatieplicht als een agent erom vraagt.

Rijverbod

Ben je onder invloed van alcohol of een andere stof? Dan kan een agent je ter plekke verbieden verder te rijden. Zo'n rijverbod duurt maximaal 24 uur.

Is je voertuig technisch niet in orde? Dan mag de agent het laten wegslepen naar een andere plaats. Een rijverbod mag hij daarvoor niet geven.

Invordering rijbewijs

De politie kan je rijbewijs ter plekke innemen. Dit heet invordering. Je rijbewijs gaat dan direct naar de officier van justitie.

In een aantal gevallen mag de politie je rijbewijs innemen.

  • Bij rijden onder invloed. Voor beginnende bestuurders geldt een lagere alcoholgrens (art. 8 lid 3 WVW).
  • Bij weigering van medewerking aan een ademonderzoek (art. 163 WVW).
  • Bij een snelheidsovertreding van 50 km/u of meer (of 30 km/u of meer voor bromfietsers).
  • Als je door je rijgedrag de veiligheid op de weg ernstig in gevaar hebt gebracht (art. 164 lid 3 WVW).

Na invordering beoordeelt de officier van justitie of hij je rijbewijs inhoudt.

Je rijdt op een landweg en een agent geeft je een stopteken. Je stopt. De agent vraagt om je rijbewijs en loopt om je auto heen. Hij vermoedt dat je onder invloed bent. Daarom legt hij je een rijverbod op van maximaal 24 uur. Heb je in plaats daarvan een defect achterlicht? Dan mag de agent je voertuig laten wegslepen naar een andere plaats. Dat is een andere bevoegdheid dan een rijverbod.