Wat te doen bij pech of een ongeval

Wetgeving Eisen aan voertuigen

Sta je stil op de weg en kan iemand je daardoor te laat zien? Dan moet je een gevarendriehoek plaatsen. Dit geldt voor alle motorvoertuigen op meer dan twee wielen en voor aanhangwagens.

Staat je voertuig stil en vormt het een gevaar voor anderen? Plaats dan een gevarendriehoek op de weg. Je zet hem op ongeveer 30 meter van je voertuig, in de richting van het verkeer.

Gevarendriehoek

Een rood driehoekig bord dat je op de weg plaatst om andere weggebruikers te waarschuwen voor een stilstaand voertuig in de buurt.

Gebruik je de knipperende waarschuwingslichten? Dan hoef je geen gevarendriehoek te plaatsen. Let op: op de autosnelweg of autoweg mag je een gevarendriehoek alleen neerzetten als dat veilig genoeg kan.

Veiligheidshesje

Een fel gekleurd hesje met reflecterende strepen. Je trekt het aan zodra je buiten je auto langs de weg staat, zodat andere bestuurders je goed kunnen zien. Voor personenautobestuurders is een veiligheidshesje in Nederland niet wettelijk verplicht, maar het dragen ervan wordt wel sterk aangeraden.

Brandblusser

Een apparaat waarmee je een kleine brand kunt blussen. Gebruik hem alleen bij een beginnende brand, niet bij een grote brand. Voor personenauto's is een brandblusser niet wettelijk verplicht, maar het is wel verstandig er een bij je te hebben.

Stilstaan op de autosnelweg

Op een autosnelweg of autoweg mag je niet op de rijbaan stilstaan. Dat is verboden, behalve in noodgevallen. Heb je pech? Rijd dan zo snel mogelijk naar de vluchtstrook of een vluchthaven.

Stilstaan op de rijbaan van een autosnelweg of autoweg is verboden. Gebruik bij pech de vluchtstrook of vluchthaven.

Je rijdt op de autosnelweg en krijgt een lekke band. Rustig stuur je naar de vluchtstrook en zet je je auto zo ver mogelijk rechts. Je zet de waarschuwingslichten aan en stapt uit aan de vangrailkant. Dat is de veiligste kant, zo ver mogelijk van het rijdende verkeer vandaan. Op een veilige afstand van je auto wacht je op hulp.

Betrokken bij een verkeersongeval

Ben je betrokken bij een verkeersongeval? Dan mag je de plek van het ongeval niet zomaar verlaten. De wet verbiedt dat je wegrijdt als er gewonden zijn, iemand is omgekomen of als er schade aan een ander is toegebracht.

Je mag de plek van een verkeersongeval niet verlaten als er gewonden zijn, als er iemand is omgekomen of als er schade aan een ander is toegebracht.

Weggaan mag wel, maar alleen als je de ander de kans hebt gegeven om jouw gegevens te noteren. Daarvoor geef je onder andere je naam en, als je een motorrijtuig bestuurde, ook de gegevens van het voertuig.

Je rijdt een parkeerplaats af en schampt een geparkeerde auto. De eigenaar is er niet bij. Je mag dan niet zomaar wegrijden. Wacht op de eigenaar of laat je gegevens achter, zodat de schade kan worden afgehandeld.