Overige verkeersregels en gedragsplichten

Wetgeving Gedragsregels

Naast de grote verkeersregels zijn er ook kleinere gedragsregels. Die gelden voor iedereen op de weg. Ze zorgen voor rust, veiligheid en respect voor andere weggebruikers.

Onnodig geluid

Rijd je in een motorvoertuig, op een bromfiets of op een snorfiets? Dan mag je geen onnodig geluid maken. Denk aan gas geven terwijl je stilstaat: dat mag niet.

Voor claxonneren geldt een aparte regel. Je mag alleen claxonneren om dreigend gevaar af te wenden. Claxonneren zonder reden is verboden.

Passagiers vervoeren

Je mag passagiers meenemen, maar alleen op een echte zitplaats en als het veilig kan. Een zitplaats is een plek met een gordel. Passagiers mogen jou als bestuurder niet hinderen. Vervoer je iemand in de laadruimte van je voertuig of in een caravan? Dat mag niet. 

Slepen van voertuigen

Slepen

Een voertuig dat niet meer zelf kan rijden, laat je trekken door een ander voertuig. Dit is iets anders dan rijden met een aanhangwagen.

Soms moet je een voertuig slepen, bijvoorbeeld bij pech of na een ongeluk. Daar gelden regels voor. De afstand tussen het trekkende en het gesleepte voertuig mag niet meer dan 5 meter zijn. Je meet die afstand van de achterzijde van het trekkende voertuig tot de voorzijde van het gesleepte voertuig.

Je auto heeft pech op een landweg. Een vriend trekt je met een 4 meter lange kabel naar de garage. Dat mag. Zorg wel dat de kabel goed zichtbaar is voor andere weggebruikers.

Voorrang voor blinden

Je herkent een blinde voetganger aan een witte stok met ƩƩn of meer rode ringen. Wil zo iemand oversteken, of is hij al aan het oversteken? Dan stop je of mindert je vaart. Je laat deze persoon altijd voorgaan.

Je rijdt op een woonstraat. Bij een zebrapad staat iemand met een witte stok met rode ringen. Je stopt en geeft hem de ruimte om over te steken. Pas als hij veilig aan de overkant is, rijd je verder.

Aanwijzingen van verkeersregelaars

Je bent verplicht om de aanwijzingen op te volgen van bevoegde personen, zoals de politie, de marechaussee en verkeersregelaars. Een verkeersregelaar mag het verkeer regelen en jou laten stoppen of doorrijden.

Let op het verschil: een verkeersbrigadier (bijvoorbeeld bij een school) heeft niet dezelfde bevoegdheden als een verkeersregelaar. Een verkeersbrigadier mag je alleen een stopteken geven.

Verbod op wedstrijden

Je mag op de weg geen wedstrijd met voertuigen houden of eraan meedoen. Een straatrace of een snelheidswedstrijdje bij het verkeerslicht is dus niet toegestaan.

Stilstaan en parkeren

Parkeren

Je parkeert als je je voertuig laat stilstaan, zonder dat er direct iemand in- of uitstapt of dat je direct goederen laadt of lost.

Stilstaan

Je staat stil als je je voertuig laat stilstaan om iemand direct te laten in- of uitstappen of om direct iets te laden of te lossen. Duurt het langer, of heb je een ander doel? Dan ben je aan het parkeren, hoe kort ook.

Het verschil tussen stilstaan en parkeren is belangrijk. Voor parkeren gelden namelijk strengere regels dan voor stilstaan. Op sommige plekken mag je wel stilstaan, maar niet parkeren.