Wetgeving Gedragsregels
Je mag in het verkeer niemand in gevaar brengen of hinderen. Dit geldt voor iedereen op de weg.
Artikel 5 van de Wegenverkeerswet is de basisregel van het verkeer. Hij geldt voor alle weggebruikers: automobilisten, fietsers, voetgangers en anderen. Het maakt niet uit of je iets expres doet of per ongeluk. Zorgt jouw gedrag voor gevaar of hinder? Dan overtreed je deze wet.
De wet kent drie niveaus van ernstig rijgedrag. Elk niveau heeft eigen regels en straffen.
Niveau 1: gevaar of hinder (art. 5 WVW)
Je mag geen gevaar veroorzaken en het verkeer niet hinderen. Dit is de lichtste overtreding.
Niveau 2: roekeloosheid (art. 5a WVW)
Je overtreedt de verkeersregels opzettelijk en zo ernstig dat er levensgevaar ontstaat, of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel bij een ander. Je weet dat je iemand in gevaar brengt, maar doet het toch.
De wet noemt onder andere deze voorbeelden van roekeloosheid:
- Gevaarlijk inhalen
- Door rood licht rijden
- Veel te hard rijden
- Tegen de verkeersrichting inrijden
- Zeer dicht achter een ander voertuig rijden
- Tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden
Het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden is altijd verboden, op grond van art. 61a RVV. In ernstige gevallen kan dit als roekeloosheid gelden. Dat is bijvoorbeeld zo als daardoor levensgevaar ontstaat, of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel (art. 5a sub-k WVW).
Niveau 3: schuld aan een ernstig ongeval (art. 6 WVW)
Leidt jouw schuld tot een verkeersongeval waarbij iemand overlijdt of zwaar letsel oploopt? Dan is dat een misdrijf. De rechter kan je een ontzegging van de rijbevoegdheid geven en je een gevangenisstraf of geldboete opleggen.
Doorrijden na een ongeval
Je verlaat de plek van een verkeersongeval waarbij jij betrokken was, zonder te helpen of je gegevens achter te laten. Dit is verboden als er gewonden zijn, als er schade is of als iemand in hulpeloze toestand achterblijft.
Ben je betrokken bij een ongeluk? Dan moet je stoppen en je naam en adres opgeven. Rij je weg zonder dat te doen, dan overtreed je de wet. Dit geldt ook als je niet zeker weet of iemand gewond is. Had je kunnen vermoeden dat iemand gewond was? Dan was je verplicht om te blijven.
Je rijdt op een drukke weg en moet snel invoegen. Je snijdt een andere auto af. Die bestuurder moet hard remmen. Je hebt niemand geraakt, maar je hebt wel gevaar veroorzaakt. Dat is een overtreding van art. 5 WVW.
Je rijdt 's avonds een rotonde op en raakt een fietser. De fietser valt, maar staat snel op. Je denkt dat het meevalt en rijdt door. Toch is dit doorrijden na een ongeval. Je had moeten stoppen, ook al leek de fietser niet ernstig gewond. Dit is een overtreding van art. 7 WVW.
