Drugs en medicijnen achter het stuur

Wetgeving Rijden onder invloed

Je mag niet rijden als een stof je rijvaardigheid vermindert. Dit geldt voor drugs, medicijnen en alcohol.

Drugs

Stoffen die je rijvaardigheid kunnen verminderen. De wet noemt onder andere cannabis, amfetamine (speed), MDMA (XTC), cocaïne en GHB. Voor deze stoffen gelden wettelijke grenswaarden in het bloed.

De politie kan je bloed laten testen als ze vermoeden dat je onder invloed rijdt. Voor elke stof geldt een eigen grenswaarde. Zit je bij die test boven de grenswaarde, dan overtreed je de wet.

Grenswaarden bij enkelvoudig gebruik

Stof Grenswaarde in bloed
Cannabis (THC) 3 µg/L
Amfetamine (speed) 50 µg/L
MDMA (XTC) 50 µg/L
Cocaïne 50 µg/L
GHB 10 mg/L
Heroïne/morfine 20 µg/L (morfine)

Bij heroïne meet de politie niet de heroïne zelf, maar morfine. Je lichaam zet heroïne namelijk snel om in morfine. Daarom staat er "(morfine)" achter de grenswaarde.

Detectieduur

De tijd dat een stof nog meetbaar is in je bloed, ook als je geen effecten meer voelt. Cannabis blijft bijvoorbeeld langer aantoonbaar dan andere stoffen, zelfs als je zelf al lang niets meer merkt.

Let op: je hoeft geen effect meer te voelen om toch boven de grenswaarde te zitten. Drugs kunnen nog uren of dagen meetbaar zijn in je bloed. De wet kijkt namelijk naar de gemeten hoeveelheid, niet naar hoe je je voelt.

Je hebt vrijdagavond geblowd. Zaterdag voel je niets meer. Toch kan de hoeveelheid THC in je bloed nog steeds boven de grenswaarde zitten. Controleert de politie je dan, dan kun je alsnog een overtreding hebben begaan.

Combinaties van stoffen

Gebruik je meerdere stoffen tegelijk, of drugs samen met alcohol? Dan gelden strengere grenswaarden. De wet rekent combinaties namelijk zwaarder aan.

Bij heroïne meet de politie niet de heroïne zelf, maar morfine. Je lichaam zet heroïne namelijk snel om in morfine. Daarom staat er "(morfine)" achter de grenswaarde.

Medicijnen

Geneesmiddelen die een arts of apotheker voorschrijft, of die je zonder recept koopt. Sommige medicijnen kunnen je rijvaardigheid verminderen.

Sommige medicijnen hebben een gele sticker op de verpakking of een waarschuwing in de bijsluiter. Die waarschuwing geeft aan dat het middel je rijvaardigheid kan verminderen. Volg die waarschuwing altijd op. Het maakt daarbij niet uit of je het middel op recept hebt. Kun je door het middel niet veilig rijden? Dan mag je niet deelnemen aan het verkeer.

Je krijgt een slaapmiddel voorgeschreven. Op de verpakking staat een waarschuwing: niet autorijden. De volgende ochtend voel je je prima. Toch mag je niet rijden zolang het middel nog werkzaam kan zijn.

Educatieve maatregel drugs (EMD)

Ben je veroordeeld voor rijden onder invloed van drugs? Dan kan het CBR je verplichten een cursus te volgen. Dit heet een Educatieve Maatregel Drugs en verkeer (EMD). Na zo'n cursus beoordeelt het CBR opnieuw of je je rijbewijs mag houden.

Vermoeidheid

Vermoeidheid is geen stof zoals bedoeld in artikel 8. Toch kan het je rijvaardigheid net zo sterk verminderen als alcohol of drugs. Je reageert trager, je let minder goed op en je maakt sneller fouten. De wet verbiedt rijden als je rijvaardigheid verminderd is. Vermoeidheid valt daarbij onder de algemene zorgplicht van artikel 5 WVW 1994, niet onder artikel 8.

Je rijdt 's nachts terug van een lang uitje. Je ogen vallen dicht en je hoofd knikt. Dit is een gevaarlijke situatie. Stop op een veilige plek en rust uit.

Neem bij lange ritten regelmatig een pauze. Een veelgebruikte richtlijn is: elke 2 uur minstens 15 minuten pauze. Zo houd je je concentratie op peil. Koffie of energiedrank helpen wel tijdelijk, maar lossen het probleem niet op. Alleen echte rust helpt.