Wetgeving Rijden onder invloed
Alcohol heeft invloed op je rijvaardigheid. Hoe meer je drinkt, hoe hoger het alcoholgehalte in je bloed wordt. Daarom stelt de wet grenzen aan hoeveel alcohol je in je bloed mag hebben als je rijdt.
Een standaardglas bevat altijd 10 gram pure alcohol. Dat is de hoeveelheid alcohol in een gewone portie. Het maakt niet uit welk type drank je neemt: een glas bier, een glas wijn en een glas sterke drank bevatten allemaal evenveel alcohol. Dat geldt zolang je de gebruikelijke portiegrootte aanhoudt.
Promille (‰) is de eenheid waarmee het alcoholgehalte in bloed wordt uitgedrukt. 0,5 promille betekent 0,5 milligram alcohol per milliliter bloed. In de wet staat dit als 0,5 mg/ml.
Niet elke drank bevat evenveel alcohol per slok. Bier heeft een laag alcoholpercentage, wijn een hoger percentage en sterke drank het hoogste. Maar door de verschillende portiegroottes bevat elke standaardportie toch ƩƩn standaardglas.
| Drank | Alcoholpercentage | Portie | Standaardglazen |
|---|---|---|---|
| Bier | 5% | 250 ml | 1 |
| Wijn | 12% | 100 ml | 1 |
| Sterke drank | 35-40% | 35 ml | 1 |
Elk standaardglas verhoogt je alcoholgehalte met ongeveer 0,2 tot 0,3 promille. Dit verschilt per persoon. Je gewicht, geslacht en of je iets hebt gegeten spelen hierin mee.
Je drinkt drie glazen bier tijdens een avond uit. Dat zijn drie standaardglazen en in totaal 30 gram pure alcohol. Je lichaam heeft gemiddeld één tot anderhalf uur nodig om één standaardglas af te breken. Na drie à vier uur is niet alle alcohol verdwenen. Rij je dan toch, dan kan je alcoholgehalte nog boven de wettelijke grens liggen.
