Wetgeving Gedragsregels
Artikel 5 zegt dat je niemand in gevaar mag brengen en het verkeer niet mag hinderen. Dit is de basisregel van al het verkeer in Nederland. Daarom wordt dit artikel ook wel het kapstokartikel genoemd.
Op elke openbare weg in Nederland gelden verkeersregels. Die regels zorgen ervoor dat iedereen veilig kan deelnemen aan het verkeer. Niet alleen automobilisten, maar alle weggebruikers moeten zich aan deze regels houden.
Alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden. Daar horen ook de bruggen, bermen en zijkanten bij die bij die weg horen.
Een weg is openbaar als iedereen er gebruik van mag maken. Een oprit van een bedrijf of een afgesloten parkeerterrein is dus geen openbare weg. Daar gelden de verkeersregels dan ook niet.
Iedereen die van de weg gebruikmaakt. Denk bijvoorbeeld aan:
- voetgangers
- fietsers
- bromfietsers
- bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, motorvoertuig of tram
- ruiters
- geleiders van rij- of trekdieren of vee
- bestuurders van een bespannen of onbespannen wagen
Een verkeersdeelnemer is iemand die actief meedoet in het verkeer. Je bent dan op de weg en je beweegt. Zo zijn automobilisten, fietsers en voetgangers allemaal verkeersdeelnemers.
Een basisregel voor bestuurders is: houd rechts. Op wegen zonder rijstrookmarkering rijd je daarom zo veel mogelijk aan de rechterkant van de weg. Zo voorkom je botsingen met tegemoetkomend verkeer. Deze regel geldt voor bestuurders. Dat zijn alle weggebruikers, behalve voetgangers.
Je fietst op een smalle landweg zonder markeringen. Er komt een auto tegemoet. Jij houdt rechts aan en de auto houdt ook rechts aan. Zo kunnen jullie elkaar veilig passeren.
Iedereen die aan het verkeer deelneemt, is zelf verantwoordelijk. Je past je gedrag aan, zodat je anderen niet in gevaar brengt en het verkeer niet hindert. Dit geldt op alle openbare wegen, ook als er geen borden of verkeerslichten staan.
Afleiding en rijgeschiktheid
Je houdt tijdens het rijden altijd je aandacht bij het verkeer. Je navigatie of telefoon bedienen tijdens het rijden leidt af en is gevaarlijk. Stel je navigatie daarom in voordat je wegrijdt. Een mobiel apparaat vasthouden tijdens het rijden is bovendien verboden.
Je moet ook lichamelijk in staat zijn om veilig te rijden. Kun je door een blessure, ziekte of vermoeidheid je voertuig niet goed besturen? Dan mag je niet gaan rijden. Je brengt dan namelijk jezelf en anderen in gevaar.
