ABS, ESP en TPMS

Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden Onderhoud en controle, ADAS

ABS (antiblokkeersysteem)

ABS zorgt ervoor dat je wielen niet blokkeren als je hard remt. Blokkeren de wielen wel, dan kun je bijna niet meer sturen. Met ABS blijven de wielen draaien. Zo hou je de auto onder controle tijdens een noodstop.

Bij een noodstop trap je vol op de rem. Zonder ABS blokkeren de wielen en schuift de auto rechtdoor. Met ABS blijven de wielen draaien, waardoor je de stuurrichting in de hand houdt.

Tijdens een ABS-noodstop kan het rempedaal trillen of pulseren. Soms hoor je ook een ratelend geluid. Dat is normaal, het betekent dat het systeem werkt. Blijf het rempedaal stevig ingetrapt houden en laat niet los. Stuur ondertussen om het obstakel heen.

Een kind steekt plotseling over. Je trapt hard op de rem. Met ABS blijven je wielen nog een beetje draaien. Daardoor hou je controle over het sturen en stuur je de auto om het kind heen.

ESP (stabiliteitscontrole)

ESP is een systeem dat slippen corrigeert. Het merkt wanneer de auto uit de bocht dreigt te vliegen of dreigt te slippen. In dat geval remt ESP automatisch één of meer wielen af, zodat de auto recht blijft rijden.

ESP werkt automatisch. Het systeem merkt wanneer de auto niet meer rijdt in de richting die je stuurt. Ga je slippen, dan grijpt ESP direct in. Je voelt de auto terugkomen naar de juiste rijlijn.

Je rijdt een bocht in op een natte weg. De achterkant van de auto schuift naar buiten. ESP remt het buitenste achterwiel af. Daardoor blijft de auto op de goede koers.

TPMS (bandenspanningscontrolesysteem)

TPMS bewaakt de bandenspanning van alle vier de banden. Is de druk te laag, dan waarschuwt een lamp op het dashboard je.

Bandenspanning

Bandenspanning is de luchtdruk in een band. Bij een te lage bandenspanning wordt het contactvlak met het wegdek groter. Daardoor nemen de rijweerstand en het brandstofverbruik toe. Rijd je hard, dan kan een band zelfs oververhitten en kapotgaan.

TPMS waarschuwt je als een band te weinig lucht heeft. Controleer dan zo snel mogelijk de bandenspanning en vul de band bij. Rijden met te lage bandenspanning kan gevaarlijk zijn.

Let op: veiligheidssystemen zijn een hulpmiddel, geen vervanging voor goed rijgedrag.

Sommige bestuurders vertrouwen te veel op ABS, ESP en TPMS. Ze rijden sneller of remmen later dan nodig. Dat heet risicocompensatie. Veiligheidssystemen verkleinen het risico, maar maken gevaarlijk rijgedrag niet veilig. Je blijft dus zelf verantwoordelijk.

Je auto heeft ESP. Toch slipt de auto bij veel te hoge snelheid in een bocht. ESP kan de auto dan niet meer corrigeren. Systemen hebben nu eenmaal grenzen.