Kwetsbare weggebruikers

Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden Wegsoorten en weggebruikers

Artikel 5 WVW zegt dat je niemand in gevaar mag brengen of het verkeer mag hinderen. Voor kwetsbare weggebruikers betekent dit: je geeft ze de ruimte en je wacht als dat nodig is.

Voetganger

Iemand die te voet aan het verkeer deelneemt. Voetgangers zijn geen bestuurders. Daardoor hebben ze op bepaalde plekken bijzondere rechten.

Zebrapad

Een oversteekplaats voor voetgangers. Je herkent het aan witte strepen op het wegdek. Officieel heet een zebrapad een voetgangersoversteekplaats.

Voorrang op het zebrapad

Op een zebrapad geldt een duidelijke regel: voetgangers gaan voor. Steken ze al over? Dan laat je ze voorgaan. Je wacht ook als een voetganger duidelijk op het punt staat om over te steken.

Je nadert een zebrapad. Een oudere mevrouw staat aan de rand van het trottoir en kijkt de weg op. Ze wil oversteken. Je stopt en wacht tot ze veilig aan de overkant is.

Voorrang voor blinden

Blinde

Een blinde weggebruiker is iemand die slecht ziet of niet kan zien. Je herkent hem of haar aan een witte stok met één of meer rode ringen.

Zie je iemand met zo'n witte stok? Dan wacht je altijd, ook buiten een zebrapad. Deze regel geldt overal op de weg. Let ook op mensen die moeilijk lopen, bijvoorbeeld met een looprek of rollator. Laat ook hen altijd voorgaan.

Kinderen en ouderen

Kinderen en ouderen reageren anders dan volwassenen. Een kind kan zomaar de straat op rennen. Een oudere heeft soms meer tijd nodig om over te steken. Zie je hen? Pas dan je snelheid aan: rijd langzamer en houd meer afstand.

Je rijdt door een woonstraat. Een kind speelt op het trottoir. Je rijdt langzamer. Vlak voor je auto rent het kind naar de overkant. Doordat je al langzamer reed, kun je op tijd stoppen.

Groepen voetgangers op de rijbaan

Soms lopen voetgangers op de rijbaan, bijvoorbeeld bij een betoging of een optocht. Ook deze groepen laat je voorgaan. Rijd er niet doorheen en wacht geduldig tot de weg vrij is.

Ruiters

Ruiter

Een ruiter is iemand die te paard aan het verkeer deelneemt. Een paard kan schrikken van hard geluid of snelle bewegingen.

Een paard is een levend dier. Het kan schrikken van een claxon, een vrachtwagen of een plotselinge beweging. Kom je een ruiter tegen? Rijd dan rustig voorbij, geef veel ruimte en verminder je snelheid. Claxonneer niet.

Je rijdt op een landweg en ziet een ruiter voor je. Je rijdt langzaam en geeft hem ruim de ruimte bij het inhalen. Je gebruikt je claxon niet.

Landbouwvoertuigen

Landbouwvoertuig

Een voertuig dat gebruikt wordt voor landbouwwerk, zoals een tractor of een maaimachine. Landbouwvoertuigen rijden langzaam en zijn breed. Afhankelijk van het soort voertuig en de weginrichting mogen ze 25 km/u of 40 km/u rijden.

Landbouwvoertuigen rijden vaak langzaam en nemen veel ruimte in. Ze steken soms uit. Houd daarom rekening met hun breedte en hun lage snelheid. Haal ze alleen in als je genoeg ruimte hebt en het veilig is.

Sommige langzame voertuigen, zoals tractoren en aanhangers achter landbouwvoertuigen, voeren achterop een rechthoekige of afgeknotte driehoekige markering (geel met rode rand). Aan dit teken herken je dat het om langzaam verkeer gaat. Zo pas je op tijd je snelheid aan.

Je rijdt op een smalle weg achter een tractor. De tractor rijdt 25 km/u. Je blijft op afstand en wacht op een recht stuk weg met goed zicht voordat je gaat inhalen.