Rijden in bochten: fysica en techniek

Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden Verkeersinzicht en rijgedrag

In een bocht werkt er een kracht op je auto. Die kracht trekt je auto naar de buitenkant van de bocht. Hoe harder je rijdt, hoe sterker die kracht wordt. Neem je een bocht te snel, dan verlies je de controle over je auto.

Centrifugaalkracht

De kracht die je auto naar buiten duwt als je een bocht neemt. Hoe hoger je snelheid en hoe scherper de bocht, hoe groter deze kracht. 

Bocht

Een kromming in de weg waarbij je het stuur moet draaien om de weg te volgen.

De centrifugaalkracht neemt snel toe als je harder rijdt. Rijd je twee keer zo hard, dan is de kracht al vier keer zo groot. Pas daarom altijd je snelheid aan voordat je de bocht ingaat.

Wegverkanting

De schuine stand van de rijbaan in een bocht. Een positieve wegverkanting helt naar binnen. Een negatieve wegverkanting helt naar buiten.

Een positieve wegverkanting helpt je in een bocht. De weg helt dan naar de binnenkant. Daardoor drukt de zwaartekracht je auto juist naar de binnenkant van de bocht. Dit verlaagt het risico op slippen.

Een negatieve wegverkanting werkt juist tegen je. De weg helt dan naar de buitenkant. De zwaartekracht en de centrifugaalkracht trekken dan allebei naar buiten. Rijd in zo'n bocht extra langzaam.

Stuurtechniek

De manier waarop je het stuur bedient. In een bocht stuur je soepel en gelijkmatig. Trek niet opeens aan het stuur en houd beide handen aan het stuur.

De juiste aanpak in een bocht is: rem af voor de bocht, stuur soepel door de bocht en geef daarna weer voorzichtig gas. Rem nooit in de bocht zelf. Doe je dat toch, dan verlies je sneller de controle.

Snelheidscontrole

Je snelheid voortdurend beheersen en aanpassen aan de situatie. In bochten betekent dit: langzamer rijden dan de maximumsnelheid als de bocht dat vraagt.

Pas je snelheid aan voor de bocht. Je moet altijd op tijd kunnen stoppen voor wat je voor je ziet.

Artikel 5 WVW zegt dat je niemand in gevaar mag brengen of het verkeer mag hinderen. Neem je een bocht te snel, dan overtreed je deze basisregel. Je brengt dan jezelf en anderen in gevaar.

Je rijdt op een landweg en ziet een scherpe bocht. Je rijdt 80 km/u. Voordat je de bocht ingaat, rem je af tot 50 km/u. Halverwege de bocht geef je rustig weer gas. Zo houd je de controle over je auto.

Let op een nat wegdek in bochten. Bij regen heeft je auto minder grip. Daardoor is de centrifugaalkracht al gevaarlijk bij een lagere snelheid. Rijd daarom in de regen extra langzaam door bochten.