Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden Wegsoorten en weggebruikers
Duurzaam Veilig is een Nederlandse aanpak om het verkeer veiliger te maken. Het doel is het voorkomen van ernstige ongelukken. Dat lukt door wegen zo in te richten dat een fout minder snel tot een zwaar ongeval leidt.
Binnen Duurzaam Veilig zijn alle wegen ingedeeld in drie categorieƫn. Elke categorie heeft een eigen functie en een eigen inrichting. Daardoor weet je als bestuurder precies wat je kunt verwachten.
Een stroomweg is bedoeld om verkeer snel van A naar B te laten rijden. Autosnelwegen en autowegen vallen onder de stroomwegen. Tegengesteld verkeer rijdt op een aparte rijbaan. Dat geldt bij de autosnelweg, en bij de meeste autowegen ook. Op de autosnelweg kom je geen kruisingen op gelijk niveau tegen. Bij de autoweg kan dat wel voorkomen.
Een gebiedsontsluitingsweg verbindt wijken, dorpen en steden met elkaar. Het verkeer rijdt hier sneller dan op erftoegangswegen, maar langzamer dan op stroomwegen. Binnen de bebouwde kom geldt meestal 50 km/u, buiten de bebouwde kom 80 km/u.
Een erftoegangsweg is bedoeld om woningen, bedrijven en percelen bereikbaar te maken. Op deze weg mengen voetgangers, fietsers en auto's zich met elkaar. Vaak geldt hier een maximumsnelheid van 30 km/u binnen de bebouwde kom of 60 km/u erbuiten. Een bord geeft dit aan.
De belijning op de weg laat zien om welke categorie het gaat. Op een stroomweg zie je dubbele doorgetrokken strepen of vangrails tussen de rijrichtingen. Op een gebiedsontsluitingsweg zie je onderbroken of doorgetrokken strepen. Op een erftoegangsweg ontbreekt die belijning vaak. Soms zijn er op een smalle weg zelfs helemaal geen rijstroken.
Je rijdt een woonstraat in. Er is geen middenbelijning en de weg is smal. Dit is een erftoegangsweg. Daarom pas je je snelheid aan en houd je rekening met spelende kinderen en fietsers op de rijbaan.
