Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden Afstand bewaren en zicht
Een winterband is speciaal gemaakt voor kou, regen, sneeuw en ijs. Het rubber is zachter en het profiel dieper dan bij een zomerband. Daardoor houd je meer grip bij winterse omstandigheden.
Een zomerband is gemaakt voor hogere temperaturen en droge tot natte wegomstandigheden, maar niet voor winterse. Bij kou wordt het rubber harder. Daardoor verlies je grip.
Een sneeuwketting hang je om de banden bij sneeuw of ijs. De metalen schakels grijpen zich vast in de sneeuw of het ijs. Dat geeft je extra grip. Het nadeel is dat je er veel langzamer mee rijdt dan normaal.
Grip is de mate waarin een band vastigheid heeft op het wegdek. Hoe meer grip, hoe beter je kunt remmen, sturen en optrekken.
Een berggebied heeft steilere wegen en hoogteverschillen, zoals de Alpen of de Pyreneeën. Daar kan het ook in het vroege voorjaar of late herfst plotseling sneeuwen.
In Nederland zijn winterbanden niet verplicht. Toch kunnen ze in de winter nuttig zijn. Bij temperaturen onder 7 graden Celsius is een winterband veiliger dan een zomerband. Het rubber blijft dan zachter, waardoor de band meer contact houdt met het wegdek.
Je moet altijd kunnen stoppen binnen de afstand die je kunt overzien en die vrij is. Op een glad wegdek is je remweg langer. Rijd je op zomerbanden bij sneeuw of ijs, dan haal je die afstand al snel niet meer.
Het verschil tussen zomer- en winterbanden zit in drie dingen: winterbanden hebben een zachter rubber, een dieper loopprofiel en fijnere inkepingen in het profiel. Die inkepingen heten lamellen. Ze voeren water en sneeuw af tijdens het rijden. Zo hou je meer grip.
Het wettelijk minimum voor de profieldiepte is 1,6 mm. Dat geldt voor alle banden. Voor winterbanden wordt in de praktijk een ruimere profieldiepte aangeraden: ongeveer 4 mm, tegenover ongeveer 2 mm voor zomerbanden. Zo hou je voldoende grip in de sneeuw. Een winterband houd je op dezelfde bandenspanning als de voorgeschreven zomerbandenspanning.
In Nederland kom je winterbanden vaak tegen als M+S-band. Die aanduiding staat op de zijkant van de band. M staat voor mud (modder), S staat voor snow (sneeuw). Let op: een beter keurmerk is het Alpina-symbool, een berg met een sneeuwvlok erin. Banden met dit symbool voldoen aan strengere grip-testen.
Je rijdt op een landweg na een koude nacht. Het wegdek ziet er droog uit, maar is licht bevroren. Op zomerbanden merk je nauwelijks verschil, totdat je remt: de auto glijdt door. Op winterbanden heb je meer grip en is je remweg korter.
Sneeuwkettingen gebruik je alleen bij veel sneeuw of ijs. Je hangt ze om de aangedreven wielen: bij voorwielaandrijving om de voorbanden, bij achterwielaandrijving om de achterbanden. Rijd je op een droog of nat wegdek, dan gebruik je geen kettingen. Ze beschadigen namelijk het wegdek en de banden.
In berggebieden zoals de Alpen of de Pyreneeën zijn sneeuwkettingen soms verplicht. Dit geldt in meerdere Europese landen ook voor winterbanden. De regels verschillen per land. Rijd je in de winter naar het buitenland, controleer dan van tevoren welke regels gelden. Sommige landen verplichten winterbanden in bepaalde maanden, andere landen alleen in bepaalde gebieden.
Je gaat in december naar de bergen voor een wintersportvakantie. Bij de grens zie je borden met een sneeuwketting-symbool. Dat betekent dat kettingen in dat gebied verplicht zijn. Heb je geen kettingen bij je? Dan moet je een andere route kiezen of ze onderweg kopen.
