Bochttechniek: positie bij bochten naar links en rechts

Gebruik van de weg Plaats op de weg

Je houdt zoveel mogelijk rechts, ook in een bocht.

In een bocht kies je bewust je positie op de weg. Dit heet bochttechniek. Hoe je de bocht inrijdt, bepaalt hoeveel zicht je hebt.

Bochttechniek

De manier waarop je je positie op de weg kiest bij het doorrijden van een bocht.

Lijnkeuze

De lijn die je rijdt door een bocht. Je kiest bewust waar je de bocht begint en hoe je naar binnen trekt.

Bij een bocht naar links begin je aan de rechterkant van de rijbaan. Terwijl je de bocht doorrijdt, trek je geleidelijk naar binnen. Zo zie je eerder wat er om de bocht staat of gebeurt.

Bij een bocht naar rechts begin je juist dicht bij de wegas. Dat is de denkbeeldige lijn in het midden van de weg. Daarna trek je naar binnen door de bocht.

Wegas

De denkbeeldige lijn in het midden van de rijbaan. De wegas scheidt jouw rijrichting van het tegemoetkomende verkeer.

Zicht door de bocht

Hoe ver je vooruit kunt kijken terwijl je een bocht doorrijdt. Door je positie goed te kiezen, vergroot je je zicht.

Door je lijnkeuze te bepalen, vergroot je je zicht door de bocht. Je ziet daardoor eerder of er iets op je afkomt. Toch geldt één harde grens: hang nooit boven de andere weghelft. Er is dan kans dat je geschept wordt door tegemoetkomend verkeer.

Je rijdt op een landweg met een scherpe bocht naar links. Je begint rechts op de rijbaan. Terwijl je vanaf de buitenbocht naar binnen trekt, zie je al vroeg of er een tegenligger aankomt. Je houdt je eigen weghelft aan en komt veilig door de bocht.