Kruispunt niet blokkeren

Gebruik van de weg Oprijden en afslaan op kruispunten

Bestuurders mogen een kruispunt niet blokkeren. Rijd het kruispunt daarom pas op als je zeker weet dat je er direct weer af kunt.

Kruispunt blokkeren

Je blokkeert een kruispunt als je midden op het kruispunt stil blijft staan. Andere bestuurders kunnen dan niet meer oversteken of afslaan.

Soms staat het verkeer aan de overkant stil, terwijl jij groen hebt. Is er geen ruimte aan de andere kant van het kruispunt om het kruispunt gelijk leeg te maken? Rijd er dan niet op. Je wacht dan vóór het kruispunt tot er ruimte is, ook als jouw verkeerslicht nog op groen staat.

Doorstroming

Het vloeiend doorrijden van verkeer op een kruispunt of weg, zonder onnodige vertragingen.

Overweg

Een kruising van een weg en een spoorweg. Je herkent een overweg aan bord J12 of J13.

Deze regel geldt ook voor overwegen. Rijd een overweg pas op als je zeker weet dat je kunt doorrijden. Stop nooit op de rails. Als bestuurder mag je dan ook nooit op een overweg stilstaan.

Je nadert een kruispunt. Het licht staat op groen, maar aan de overkant staat het verkeer stil. Er is geen ruimte voor jou. Daarom wacht je vóór de stopstreep en rijd je pas op als er genoeg ruimte is aan de andere kant.

Uitzondering bij linksaf slaan

Linksaf

Je verlaat de weg aan de linkerkant. Je slaat de weg in die links van jou ligt.

Wil je linksaf? Dan mag je soms toch het kruispunt oprijden en daar wachten. Dit helpt namelijk de doorstroming. Tegemoetkomend en achteropkomend verkeer kan dan doorrijden, terwijl jij wacht op ruimte om linksaf over te steken om af te slaan.

Je wilt linksaf een zijstraat in. Je rijdt het kruispunt op en wacht op een plek waar je het verkeer niet blokkeert. Valt er een gat in het tegemoetkomende verkeer, dan sla je linksaf.