Gebruik van de weg Weggebruikers
Een gehandicaptenvoertuig is speciaal gemaakt voor mensen met een handicap. Het is ingericht om hen te vervoeren. Daardoor heeft dit voertuig in het verkeer een bijzondere status.
Een voertuig voor het vervoer van een gehandicapte. Het mag niet breder zijn dan 1,10 meter. Het heeft óf geen motor óf een motor met een maximumsnelheid van hoogstens 45 km/u.
Een gehandicaptenvoertuig is geen bromfiets, geen brommobiel en geen motorvoertuig. Het is een eigen categorie.
De breedte is een harde eis. Een gehandicaptenvoertuig mag maximaal 1,10 meter breed zijn. Is het voertuig breder, dan valt het niet meer in deze categorie.
De breedte van een gehandicaptenvoertuig mag niet meer dan 1,10 meter zijn. Dit is een wettelijke grens. Is het voertuig breder dan 1,10 meter, dan heeft het een andere categorie.
Waar de bestuurder rijdt, bepaalt welke regels voor hem gelden. Gebruikt hij een voetpad of trottoir, dan gelden de regels voor voetgangers. Rijdt hij op de rijbaan, dan gelden de regels voor bestuurders.
Iemand die te voet deelneemt aan het verkeer. In de wet staan voetgangers apart van bestuurders. Bestuurders zijn alle weggebruikers behalve voetgangers.
Iedereen die aan het verkeer deelneemt, behalve voetgangers. De bestuurder van een gehandicaptenvoertuig is degene die het voertuig bedient.
Rijdt de bestuurder van een gehandicaptenvoertuig op een voetpad of trottoir? Dan gelden de regels voor voetgangers. Rijdt hij op de rijbaan? Dan gelden de regels voor bestuurders.
Je ziet iemand in een elektrische rolstoel op het trottoir. Hij rijdt langzaam langs de winkels. Op het trottoir gelden voor hem de voetgangersregels. Steekt hij over via een voetgangersoversteekplaats, dan geldt daar hetzelfde.
