Gebruik van de weg Stilstaan & Parkeren
Soms moet je stoppen terwijl je dat helemaal niet wilt. Je motor heeft pech of je moet noodstop maken. Toch mag je ook dan niet overal blijven staan.
Op deze plaatsen mag je nooit blijven staan, ook niet bij pech.
- Op een kruispunt of overweg.
- Op een fietsstrook of op de rijbaan langs een fietsstrook.
- Op een oversteekplaats of binnen 5 meter daarvan.
Je moet stoppen terwijl je dat niet van plan was. Denk bijvoorbeeld aan pech, een lekke band of een noodstop.
Een kruising of splitsing van wegen.
Een kruising van een weg met een spoorweg. Je herkent de overweg aan bord J12 of J13.
Een gemarkeerd gedeelte van de rijbaan voor fietsers. Je herkent hem aan doorgetrokken of onderbroken strepen en fietsafbeeldingen op het wegdek. Een fietsstrook hoort bij de rijbaan. Een fietspad niet.
Kun je een verboden plek niet vermijden, rijd dan zo snel mogelijk door. Lukt dat niet, zorg dan dat je andere weggebruikers zo weinig mogelijk hindert.
Je motor sputtert en staat stil op een kruispunt. Andere bestuurders moeten om je heen. Duw je motor daarom meteen van het kruispunt af en zoek een veilige plek.
