Veilige positie en lijnvoering in bochten

Gebruik van de weg Plaats op de weg

Je moet zoveel mogelijk rechts houden. Ook in een bocht geldt die regel: blijf altijd op jouw weghelft.

Lijnvoering

Je lijnvoering is de weg die je kiest door een bocht heen. Met een goede lijnvoering blijf je stabiel en veilig op jouw weghelft.

Buitenbocht

De buitenbocht is de buitenkant van een bocht. Dat is de kant met de langste rijlijn.

Binnenbocht

De binnenbocht is de binnenkant van een bocht. Dat is de kant met de kortste rijlijn.

Bocht

Een bocht is een gebogen gedeelte van de weg. Je moet hier sturen om de weg te blijven volgen.

Putdeksel

Een putdeksel is een deksel van metaal of kunststof in het wegdek, boven een riolering of leiding. Putdeksels zijn glad, zeker bij regen.

Kies voor een bocht de buitenbocht op jouw eigen weghelft. Daardoor heb je meer zicht op wat er door de bocht komt. Heb je genoeg overzicht over de bocht, dan stuur je iets naar de binnenbocht. Houd je lichaam altijd boven jouw weghelft. Je gaat nooit met je lichaam over de middenstreep.

Let voor en in een bocht op gladde plekken in het wegdek. Putdeksels, witte markeringen en lasnaden (voegen in het wegdek) zijn glad. Rijd je schuin over tramrails, dan is dat gevaarlijk. Ook modder, grind en zand op het wegdek verminderen je grip. Pas daarom je lijn aan en vermijd deze plekken.

Je rijdt op een landweg en nadert een bocht naar links. Je kiest een positie aan de rechterkant van jouw weghelft. Zo zie je eerder wat er door de bocht komt. Blijkt de bocht vrij, dan stuur je iets naar links. Je houdt je lichaam steeds boven jouw weghelft.