Gebruik van de weg Plaats op de weg
Als je op een weg rijdt met gescheiden rijbanen, dan blijf je altijd op de rijbaan voor jouw richting. Je rijdt nooit de rijbaan voor het tegemoetkomende verkeer op. Bestaat een weg uit twee gescheiden rijbanen, dan kies je de rijbaan die zoveel mogelijk rechts zit.
Een strook in het midden van de weg die de rijbanen van elkaar scheidt. Dat kan een verhoogde strook zijn, maar ook een vangrail, een hekwerk of een groenstrook.
Twee rijbanen op dezelfde weg, elk voor één rijrichting. Een middenberm of een andere scheiding houdt ze uit elkaar.
De richting waarin het verkeer op een rijbaan mag rijden. Op een weg met gescheiden rijbanen heeft elke rijbaan een vaste rijrichting.
Op sommige wegen scheidt een middenberm de rijbanen voor beide richtingen. Je rijdt dan op de rechterrijbaan. De linkerrijbaan is voor het verkeer uit de andere richting. Je rijdt die rijbaan niet op, ook niet om een obstakel te ontwijken.
Er is één uitzondering. Soms geeft een bord aan dat het verkeer in beide richtingen tijdelijk over dezelfde rijbaan rijdt. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij wegwerkzaamheden. Zolang dat bord er staat, mag je de andere rijbaan gebruiken.
Je rijdt op een weg met een middenberm. Verderop staat een stilstaand voertuig op jouw rijbaan. Je wijkt dan niet uit naar de andere rijbaan. Wacht tot de weg vrij is. Is er voldoende ruimte op je eigen rijbaan? Dan rijd je er voorzichtig langs.
