Gebruik van de weg Weggebruikers
In het verkeer zijn er niet alleen voetgangers. Alle andere weggebruikers noem je bestuurders.
Bestuurders zijn alle weggebruikers behalve voetgangers.
Een bestuurder is iedereen die actief deelneemt aan het verkeer, zonder de voetgangers. Fietsers, bromfietsers, automobilisten, motorrijders, ruiters en geleiders van dieren zijn dus allemaal bestuurders. De enige uitzondering hierop is dat als je een huisdier uitlaat, je wel bij de voetgangers hoort.
De wet noemt ook weggebruikers waar je niet meteen aan denkt bij het woord bestuurder. Een ruiter op een paard is bijvoorbeeld een bestuurder. Ook een geleider die koeien over de weg drijft, telt als bestuurder. Zij moeten zich dus aan dezelfde verkeersregels houden als automobilisten en fietsers.
Een ruiter is iemand die op een paard rijdt. Een ruiter is een bestuurder en moet zich aan de verkeersregels houden.
Een geleider is iemand die rij- of trekdieren, of vee over de weg leidt of drijft. Ook een geleider telt als bestuurder.
Vee zijn landbouwhuisdieren zoals koeien, schapen, geiten en paarden die door iemand worden geleid of gedreven op of langs de weg.
Je herkent een bestuurder aan een simpele vuistregel. Ben je op de weg en geen voetganger? Dan ben je een bestuurder. Dit geldt voor iedereen met een voertuig, een dier of een trek- of rijdier.
Een boer drijft zijn schapen van het ene weiland naar het andere. De weg loopt daar tussenin. Op dat moment is de boer een geleider en dus een bestuurder. Hij moet rechts houden en andere weggebruikers voor laten gaan als dat nodig is.
