Gebruik van de weg Plaats op de weg
Een gedeelte van de rijbaan dat is afgebakend met strepen. De strook is breed genoeg voor voertuigen op meer dan twee wielen.
Als bestuurder houd je zoveel mogelijk rechts. Toch is rechts niet altijd de veiligste positie op de rijstrook voor een motorrijder.
De veiligste positie is iets links van het midden van de rijstrook. Daar heb je de meeste ruimte om uit te wijken. Ook zien andere weggebruikers je daar beter.
Rijd je iets links van het midden, dan heb je uitwijkruimte naar beide kanten. Gebeurt er iets onverwachts, dan kun je naar links of naar rechts sturen. Rechts op de rijstrook heb je daarvoor veel minder ruimte.
Deze positie maakt je ook beter zichtbaar. Bestuurders voor je zien je in hun spiegel en tegemoetkomend verkeer ziet je eerder. Daardoor krijgen jij en de andere weggebruikers meer reactietijd.
De ruimte die je zijdelings houdt ten opzichte van andere objecten of voertuigen. Voor motorrijders is dit extra belangrijk, omdat je minder bescherming hebt dan in een auto.
Houd voldoende zijdelingse afstand tot geparkeerde auto's. Reken op de breedte van een portier. Dit is een vuistregel, geen wettelijke norm. Een bestuurder kan namelijk een portier openen zonder dat je dat ziet aankomen.
Bij het inhalen houd je dezelfde zijdelingse afstand aan. Rijd dus niet te dicht langs het voertuig dat je inhaalt.
De ruimte die je nodig hebt om snel van richting te veranderen om uit te wijken. Hoe meer ruimte je aan beide kanten hebt, hoe veiliger je kunt reageren op gevaar.
De mate waarin andere weggebruikers jou kunnen zien. Als motorrijder ben je kleiner dan een auto. Een goede positie op de rijstrook maakt je beter zichtbaar.
Je rijdt op een weg met geparkeerde auto's aan de rechterkant. Je houdt 1,5 meter afstand tot de auto's en rijdt iets links van het midden van de rijstrook. Een portier gaat open. Omdat je voldoende afstand houdt, rijd je rustig voorbij zonder te hoeven uitwijken.
