Veilig rijden met het voertuig en reageren in noodstituaties Helmplicht en mobiele telecommunicatie
Je mag een passagier meenemen op je motor, maar dan moet je motor daarvoor wel geschikt zijn. Je motor moet voorzien zijn van een duozit en er moeten voetsteunen voor de passagier zijn.
Een passagier is iemand die meerijdt op je motor, maar de motor niet zelf bestuurt.
Een duozit is een tweede zitplaats achter de bestuurder, speciaal bedoeld voor een passagier.
Voetsteunen zijn de steunen waarop de passagier zijn voeten plaatst tijdens het rijden. Ze horen bij de duozit.
Bestuurders en passagiers zitten op de voor hen bestemde zitplaatsen.
Je passagier zit het beste rustig stil. Hij beweegt mee in de bochten, precies zoals jij als bestuurder doet. Zo blijft de motor in balans. Vraag je passagier daarom om zich vast te houden aan jou of aan de beugel achterop.
Balans is het evenwicht van de motor tijdens het rijden. Een passagier die stil zit, maar wel meebeweegt in de bochten, helpt de balans te bewaren. Beweegt iemand tegen de bocht in, dan verstoort dat juist de balans.
Met een passagier achterop verandert het rijgedrag van je motor. De motor weegt meer en reageert anders. Daardoor is je remafstand langer dan zonder passagier.
De remafstand is de afstand die je motor aflegt vanaf het moment dat je begint te remmen tot het moment dat je volledig stilstaat. Met een passagier is de remafstand langer, omdat de motor zwaarder is.
Pas daarom je rijstijl aan zodra je een passagier meeneemt. Rem eerder, rijd wat rustiger in bochten en geef meer volgafstand aan het voertuig voor je.
Je neemt een vriend achterop mee op de snelweg. Bij het invoegen merk je dat je motor trager reageert dan normaal. Daarom begin je eerder te remmen voor de remmende auto voor je. Zo houd je voldoende ruimte.
Vergeet ook de helm niet. Jij én je passagier zijn verplicht een goedgekeurde, goed passende helm te dragen die goed vastzit.
