Veilig rijden met het voertuig en reageren in noodstituaties Gebruik van verlichting
Buiten de bebouwde kom geldt een speciale regel voor motorvoertuigen met meer dan twee wielen die stilstaan op de rijbaan. Je moet dan je stadslicht en achterlicht voeren. Dit geldt ook op parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en vluchthavens langs autosnelwegen en autowegen.
Een motorfiets met zijspan of een trike valt wel onder deze plicht. Rijd je met zo'n voertuig? Dan moet je bij stilstaan in het donker licht voeren.
Een voertuig dat aan de zijkant van een motorfiets is bevestigd. Een motorfiets met zijspan heeft daardoor meer dan twee wielen.
Een driewielig motorvoertuig. Omdat het meer dan twee wielen heeft, gelden voor jou dezelfde verlichtingsplichten als voor een auto bij stilstaan.
Een zwak licht aan de voorzijde van een voertuig. Het laat andere weggebruikers zien dat er een voertuig staat en hoe breed het is.
Het rode licht aan de achterkant van een voertuig. Het laat zien dat er iets staat en hoe breed het voertuig is.
Een voertuig dat niet rijdt, maar ook niet geparkeerd is. Bijvoorbeeld een voertuig dat wacht voor een rood licht of stopt om iemand in of uit te laten stappen.
Je rijdt 's nachts op een landweg buiten de bebouwde kom met een trike. Je krijgt een lekke band en stopt op de rijbaan. Je trike heeft meer dan twee wielen. Daarom moet je stadslicht en achterlicht aanlaten. Zo zien andere weggebruikers dat er iets staat.
