Veilig rijden met het voertuig en reageren in noodstituaties Handelen bij pech/ongeval
Doorrijverbod
Ben je betrokken bij een verkeersongeval? Dan moet je stoppen. Doorrijden is verboden.
Een verkeersongeval is een gebeurtenis op de weg waarbij een of meer voertuigen of weggebruikers betrokken zijn. Er is schade, letsel of een dode gevallen.
Het doorrijverbod houdt in dat je niet mag wegrijden na een ongeval waarbij je betrokken bent. Je moet stoppen, je identificeren en hulp bieden. Doorrijden is strafbaar.
Na een verkeersongeval handel je stap voor stap. De letters van PAMAN helpen je om niets te vergeten.
PAMAN is een ezelsbruggetje voor de juiste volgorde bij een verkeersongeval:
- Persoonlijke veiligheid
- Andermans veiligheid
- Markeren van de plek
- Alarmeren (bel 112)
- Noodzakelijke hulp verlenen
Persoonlijke veiligheid
Zet je motor stil en stap af. Kijk eerst of je zelf veilig staat. Ga van de rijbaan af als dat kan. Let op: als motorrijder loop je extra risico, want je hebt geen carosserie om je heen. Heeft je motor noodknipperlichten? Zet ze dan aan.
Andermans veiligheid
Kijk daarna of anderen in gevaar zijn. Houd omstanders weg van de rijbaan. Waarschuw naderende bestuurders door te zwaaien.
De plek markeren
Rijd je op een tweewielige motorfiets? Dan hoef je geen gevarendriehoek te plaatsen. Heb je toch een gevarendriehoek bij je, zet hem dan 30 meter achter het voertuig. Zo zien andere weggebruikers het gevaar op tijd. Rijd je met een zijspan of trike, dan ben je wel verplicht de gevarendriehoek te plaatsen.
Alarmeren
Bel 112 en geef door waar het ongeval is. Rijd je op de autosnelweg? Gebruik dan de hectometerpaaltjes om de locatie door te geven.
Een hectometerpaaltje is een groen bordje langs de weg met een nummering. Het geeft aan op welk punt van de weg je je bevindt. Deze informatie geef je door aan 112, zodat hulpdiensten snel de juiste plek vinden.
112 is het landelijke alarmnummer voor spoed. Je belt dit nummer voor politie, brandweer en ambulance. Geef altijd de locatie door, zo nodig via het hectometerpaaltje.
Noodzakelijke hulp
Verleen eerste hulp als je dat kunt en als het veilig is. Verplaats een gewonde alleen bij direct gevaar, bijvoorbeeld bij brand.
Je rijdt op een landweg en ziet een botsing tussen een fietser en een auto. Je stopt, zet je motor op de standaard en loopt naar het slachtoffer. Je belt 112 en geeft het dichtstbijzijnde hectometerpaaltje door als locatie. Daarna blijf je bij de gewonde tot de ambulance er is.
