Het remlicht goed gebruiken

Veilig rijden met het voertuig en reageren in noodstituaties Gebruik van verlichting

Remlicht

Het remlicht zit aan de achterkant van je motor. Het gaat aan zodra je afremt, zodat andere weggebruikers zien dat jij vaart mindert.

Voorrem

Je bedient de voorrem met je rechterhand. Deze rem heeft de meeste remkracht.

Achterrem

Je bedient de achterrem met je rechtervoet. Je gebruikt hem samen met de voorrem.

Volgafstand

Dit is de ruimte tussen jouw motor en het voertuig voor je. Met genoeg volgafstand heb je tijd om te remmen.

Bumperkleven

Je rijdt te dicht achter een ander voertuig. Daardoor heb je te weinig ruimte om op tijd te stoppen.

Je remlicht licht op zodra je remt. Zo waarschuw je de bestuurders achter je dat jij vaart mindert. Gebruik het daarom alleen als je echt afremt, niet om iemand achter je te laten schrikken.

Je mag geen gevaar veroorzaken voor andere weggebruikers. Onnodig remmen is net zo gevaarlijk als te laat remmen.

Zowel je voorrem als je achterrem schakelt het remlicht in. Op een motor gebruik je beide remmen samen, zo rem je het veiligst en in de kortste afstand.

Rijd je te dicht achter een ander voertuig? Dan heb je te weinig tijd om te reageren. Je moet dan ineens hard remmen, en dat verrast de bestuurders achter je. Houd daarom altijd genoeg volgafstand. Dan kun je rustig en geleidelijk afremmen.

Je rijdt op een landweg achter een auto. De auto remt plotseling. Jij hebt genoeg volgafstand gehouden en remt geleidelijk af. Je remlicht licht op. De bestuurder achter jou ziet dit en past zijn snelheid aan.

Rijd je vlak achter een ander voertuig om hem te dwingen op te schuiven? Dat heet bumperkleven. Dit is gevaarlijk en verboden. Houd dus altijd genoeg afstand.