Wat is communiceren in het verkeer

Veilig rijden met het voertuig en reageren in noodstituaties Communicatie

Communicatie

Communicatie in het verkeer betekent dat je informatie uitwisselt met andere weggebruikers. Je laat zien wat je gaat doen, zodat anderen daarop kunnen reageren. Denk aan richting aangeven, oogcontact maken, claxonneren of een lichtsignaal geven.

Weggebruiker

Weggebruikers zijn alle mensen die meedoen aan het verkeer. Je herkent ze als voetgangers, fietsers, bromfietsers, ruiters en bestuurders van motorvoertuigen. Als motorrijder rijd je tussen al deze weggebruikers.

Richtingaanwijzer

Een richtingaanwijzer is een knipperlicht waarmee je aangeeft dat je van richting wilt veranderen. Op je motor gebruik je hem bij elke afslag.

Claxon

Een claxon is een geluidssignaal op je motor. Je gebruikt hem alleen bij dreigend gevaar. Niet om je ergernis te tonen en niet om te laten weten dat je eraan komt.

Alarmverlichting

Bij alarmverlichting knipperen alle richtingaanwijzers tegelijk. Daarmee laat je zien dat je voertuig tijdelijk een bijzonder gevaar vormt. Bijvoorbeeld bij pech of een plotselinge file.

Niemand om je heen weet automatisch wat jij gaat doen. Daarom voorkomt goede communicatie misverstanden. Juist als motorrijder ben je kwetsbaar en minder goed zichtbaar dan een auto. Duidelijk communiceren maakt het voor andere weggebruikers makkelijker om op jou te reageren.

Je geeft alleen een geluidssignaal of knippersignaal bij dreigend gevaar.

Je richtingaanwijzer is je belangrijkste communicatiemiddel. Je gebruikt hem bij het wegrijden, inhalen, oprijden of verlaten van de doorgaande rijbaan en bij het wisselen van rijstrook.

Naast je richtingaanwijzer communiceer je ook met oogcontact, lichten en je rijgedrag. Op een druk kruispunt kun je oogcontact maken met een andere bestuurder. Zo maak je duidelijk dat jij voorrang hebt of geeft. Dat is geen verplichting, maar het helpt wel om misverstanden te voorkomen.

Je rijdt op een weg en wilt links afslaan. Je zet je richtingaanwijzer aan en kijkt in je spiegels. De bestuurder achter je ziet het teken en past zijn snelheid aan. Daardoor sla jij veilig af, zonder dat de ander hoeft te remmen.