Veilig rijden met het voertuig en reageren in noodstituaties Communicatie
Op een motorfiets maak je meer geluid dan in een auto. Toch mag je niet zomaar geluid maken. De wet stelt duidelijke grenzen aan geluidssignalen en aan het geluid van je motor.
Claxonneren is het geven van een geluidssignaal met de claxon (toeter) van je voertuig.
Onnodig geluid is geluid dat je maakt zonder dat het nodig is. Je toetert bijvoorbeeld terwijl er geen gevaar is, of je rijdt zonder reden met een ongedempte uitlaat.
Hinderlijk geluid is geluid dat anderen stoort of overlast geeft. Ook geluid dat technisch niet verboden is, kan anderen hinderen.
De uitlaat is het systeem dat uitlaatgassen van de motor afvoert. Een opgevoerde of kapotte uitlaat maakt meer geluid dan is toegestaan.
Je mag als bestuurder alleen een geluidssignaal geven om dreigend gevaar af te wenden. Onnodig geluid maken is verboden.
Claxonneren mag alleen als je dreigend gevaar wilt afwenden. Je toetert dus niet om iemand te begroeten, om een fietser te waarschuwen dat je eraan komt, of om je ergernis te uiten. Dat is onnodig claxonneren en dat is verboden.
Ook je uitlaat valt onder deze regel. Een opgevoerde of kapotte uitlaat maakt extra veel geluid. Dat is hinderlijk voor mensen die in de buurt wonen en voor andere weggebruikers. Je mag met je uitlaatsysteem geen onnodig geluid veroorzaken.
Je rijdt op een landweg en een fietser fietst voor je. Je wilt hem inhalen. Dan mag je niet toeteren om te laten weten dat je eraan komt. Dat is onnodig claxonneren. Wacht op een veilig moment en haal in zonder geluidssignaal.
Er is één situatie waarin je wél mag claxonneren: als er écht dreigend gevaar is. Denk aan een bestuurder die jou niet ziet en op je afkomt. In dat geval mag je toeteren om een botsing te voorkomen.
Je rijdt op een weg met twee rijstroken. Een auto op de andere rijstrook stuurt naar jouw rijstrook, zonder richting aan te geven. De bestuurder ziet je niet. In dat geval mag je kort claxonneren om hem te waarschuwen.
