Rijstrooknummering en matrixborden

Veilig rijden met het voertuig en reageren in noodstituaties Handelen bij pech/ongeval

Rijstrooknummering

Op de autosnelweg hebben de rijstroken elk een nummer. Je telt vanaf de middenberm naar rechts. De strook naast de middenberm is strook 1, de volgende strook 2, enzovoort. Hoe verder naar rechts, hoe hoger het nummer.

Matrixbord

Een matrixbord hangt boven of langs de autosnelweg. Boven elke rijstrook hangt een eigen bord. Daarop kan de maximumsnelheid voor die strook staan. Het systeem past de snelheid automatisch aan bij drukte, slecht weer of wegwerkzaamheden.

Boven elke rijstrook op de autosnelweg hangt een matrixbord. Dat bord geeft aan wat je op die strook mag doen. Je bent verplicht om de aanwijzingen op te volgen.

Rood kruis

Een rood kruis op een matrixbord betekent dat de rijstrook eronder is afgesloten. Je mag daar niet meer rijden. Zo'n kruis verschijnt bijvoorbeeld bij een pechgeval, wegwerkzaamheden of een ongeluk.

Afgesloten rijstrook

Een rijstrook die je niet mag gebruiken. Dit zie je aan een rood kruis op het matrixbord erboven. Wissel in dat geval zo snel mogelijk naar een open rijstrook.

Je bent verplicht de aanwijzingen op matrixborden op te volgen. Een rood kruis betekent een verbod om die rijstrook te gebruiken.

Rijd je op een strook en verschijnt er boven jou een rood kruis? Wissel dan zo snel mogelijk naar een open rijstrook ernaast. Let daarbij goed op het overige verkeer.

Je rijdt op de autosnelweg op strook 3. Plotseling verschijnt een rood kruis op het matrixbord boven je. Verderop blijkt een pechgeval te zijn. Je kijkt in je spiegels, geeft richting aan en wisselt naar strook 2. Daar volg je de snelheid die het matrixbord aangeeft.