Fietsen en elektrische fietsen: definitie en eisen

Gebruik van de weg Weggebruikers

Een fiets is een voertuig zonder motor. Je rijdt hem vooruit met je eigen spierkracht. Toch gelden er in het verkeer speciale regels voor fietsers.

Fiets

Een voertuig zonder motor dat je met spierkracht voortbeweegt. Een gewone fiets valt onder de categorie fietsen in de wet.

Naast de gewone fiets bestaan er ook elektrische fietsen. Die hebben een elektrische motor die je helpt bij het trappen. Er zijn twee soorten: de e-bike, ook wel pedelec genoemd, en de speed-pedelec.

Pedelec (e-bike)

Een fiets met elektrische trapondersteuning. De motor helpt je alleen als je zelf trapt. Rijd je 25 km/u, dan stopt de motor met helpen. Een pedelec telt als fiets.

Speed-pedelec

Een elektrische fiets met trapondersteuning waarbij de motor ook boven 25 km/u blijft helpen. Een speed-pedelec telt daarom als bromfiets, niet als fiets.

Een pedelec geldt als fiets. Een speed-pedelec geldt als bromfiets. Daardoor gelden voor een speed-pedelec andere regels dan voor een gewone e-bike.

Het verschil zit in de snelheid waarbij de motor stopt met helpen. Bij een gewone e-bike stopt de hulp bij 25 km/u. Bij een speed-pedelec blijft de motor ook daarna helpen. Daardoor valt de speed-pedelec in een zwaardere categorie.

Een fiets moet goed zichtbaar zijn in het verkeer. Verlichting en reflectoren zijn daarom verplicht. Zo zie jij anderen en zien anderen jou.

Verlichting

Een fiets heeft een wit of geel voorlicht nodig en een rood achterlicht. Bij verminderd zicht, zoals 's nachts of bij slecht weer, is dit verplicht.

Je rijdt op een elektrische fiets. De motor helpt je bij het trappen. Op een vlakke weg haal je 28 km/u. Boven 25 km/u stopt de motor met helpen. Zo werkt een gewone e-bike. Je rijdt dus nog steeds als fietser.