Gebruik van de weg Plaats op de weg
Loop je op straat? Gebruik dan het trottoir of het voetpad. Zijn die er niet, dan mag je een ander weggedeelte gebruiken.
Niet elke weg heeft een trottoir of voetpad. Kies dan het eerstvolgende weggedeelte dat er wel is. Daarvoor geldt een vaste volgorde: je kiest steeds het veiligste en meest geschikte gedeelte.
De volgorde is:
- Eerst: trottoir of voetpad
- Dan: fietspad of fiets/bromfietspad
- Daarna: berm of uiterste zijde van de rijbaan
Een verhoogd of gemarkeerd deel van de weg, bestemd voor voetgangers. Het ligt meestal naast de rijbaan.
Een pad dat alleen bestemd is voor voetgangers. Een voetpad ligt soms los van de rijbaan, bijvoorbeeld door een park of langs een landweg.
Een rijstrook of pad voor fietsers. Je mag als voetganger het fietspad alleen gebruiken als er geen trottoir of voetpad is.
De strook grond naast de rijbaan. Een berm is niet verhard. Als voetganger gebruik je hem pas als laatste optie.
Rijd je op skeelers, een step of een vergelijkbaar voortbewegingsmiddel? Dan geldt een eigen regel. Je valt onder de voetgangersbepalingen, maar mag zelf kiezen tussen het fietspad, het fiets/bromfietspad, het trottoir of het voetpad. Pas als die allemaal ontbreken, gebruik je de rijbaan.
Je loopt langs een landweg buiten de bebouwde kom. Er is geen trottoir en geen voetpad, maar wel een fietspad. Je gebruikt het fietspad. Let daarbij op fietsers die van achteren aankomen.
