Tegemoetkomend verkeer passeren op smalle wegen

Gebruik van de weg Plaats op de weg

Houd zoveel mogelijk rechts. Dit geldt altijd, ook als er geen tegenliggers zijn.

Op een smalle weg is er weinig ruimte voor twee auto's naast elkaar. Daarom zorgt rechts houden ervoor dat een tegenligger jou veilig kan passeren.

Tegenligger

Een bestuurder die van de andere kant op jou af rijdt, op dezelfde weg.

Smalle weg

Een weg met te weinig ruimte voor twee voertuigen om elkaar zonder aanpassing te passeren.

Op sommige smalle wegen, bijvoorbeeld op het platteland of in bossen, liggen uitwijkplaatsen. Dit zijn verbredingen langs de weg waar je even opzij kunt rijden. Zo kunnen twee voertuigen elkaar toch passeren.

Uitwijkplaats

Een verbreding aan de zijkant van een smalle weg. Bestuurders kunnen hier stoppen zodat een tegenligger kan passeren.

Staat er een obstakel op de weg? Dan bepaalt de positie ervan wie moet uitwijken. Staat het obstakel aan jouw kant, dan wacht jij en laat je het tegemoetkomende verkeer voorgaan. Staat het obstakel aan de andere kant, dan ga jij als eerste.

Obstakel

Alles wat de doorgang op de weg blokkeert of beperkt. Denk aan een geparkeerde auto, bouwmateriaal of een gevallen boom.

Je rijdt op een smalle landweg. Er komt een auto tegemoet. Je houdt zoveel mogelijk rechts, gaat eventueel iets de berm in en past je snelheid wat aan. De tegenligger doet hetzelfde. Zo passeren jullie elkaar zonder dat je echt hoeft te stoppen.

Je rijdt op een smalle bosweg. Aan jouw kant staat een geparkeerde aanhanger half op de rijbaan. Er komt een tegenligger aan. In dat geval stop je en laat je de tegenligger passeren. Daarna rijd je voorbij de aanhanger.

Bord uitwijkplaats

[afb:189]