Gebruik van de weg Snelheid
Een autosnelweg is een weg met bord G1 [afb:95]. Parkeerplaatsen en tankstations langs de autosnelweg horen er niet bij.
Op de autosnelweg gelden speciale snelheidsregels. Je moet snel genoeg rijden, maar mag ook niet te snel gaan.
De maximumsnelheid op de autosnelweg is 130 km/u.
De autosnelweg is alleen bedoeld voor snelverkeer. Je mag er daarom alleen rijden met een motorvoertuig dat ten minste 60 km/u kan én mag rijden. Voor de autoweg geldt een grens van ten minste 50 km/u. Let op: dit gaat over wat je voertuig aankan, niet over een verplichte snelheid. In een file mag je natuurlijk langzamer rijden.
Soms ligt de maximumsnelheid lager dan 130 km/u. Dit zie je dan op een snelheidsbord boven de weg. Staat er 100 op het bord, dan geldt 100 km/u. Volg altijd het bord.
Bij trajectcontrole meet de politie je gemiddelde snelheid over een langere afstand. Er staan camera's aan het begin en aan het einde van het traject. Je kunt dus niet even snel rijden en daarna afremmen bij de camera.
Een spitsstrook is de vluchtstrook die tijdelijk als rijstrook wordt gebruikt. Dit gebeurt bij drukte. Je herkent dit aan bord C23-01 en een groen pijltje of snelheidsbord boven de strook.
Bij drukte kan de spitsstrook opengaan. De vluchtstrook wordt dan een extra rijstrook. Je mag er alleen oprijden als het bord dat aangeeft. Is de spitsstrook gesloten, dan blijf je er altijd af. Die strook is dan namelijk voor nood- en hulpdiensten.
Je rijdt op de autosnelweg. Het is druk en het verkeer vertraagt. Boven de vluchtstrook staat een groen pijltje en het getal 100. De spitsstrook is open. Je mag er nu oprijden met maximaal 100 km/u.
