Gebruik van de weg Snelheid
Je moet altijd op tijd kunnen stoppen. Dat kan alleen binnen de afstand die je kunt overzien. In een bocht of over een heuvel is die afstand kleiner. Pas daarom je snelheid aan.
In een bocht werkt er een kracht op je auto: de centrifugaalkracht. Die kracht trekt je voertuig naar de buitenkant van de bocht.
De kracht die je in een bocht naar buiten trekt. Hoe sneller je rijdt, hoe sterker die kracht is. Bij te hoge snelheid verlies je daardoor sneller de controle over je stuur. Je noemt dit ook wel de middelpuntvliedende kracht.
In een bocht zie je minder ver vooruit. Tegelijk trekt de centrifugaalkracht je naar buiten. Neem daarom al voor de bocht gas terug. Rem niet midden in de bocht, want dan verlies je sneller grip op de weg.
De helling van de weg in een bocht. Bij een positieve wegverkanting helt de weg naar binnen. Dat helpt je de bocht te nemen. Bij een negatieve wegverkanting helt de weg juist naar buiten. Dat maakt de bocht gevaarlijker.
Een positieve wegverkanting werkt mee tegen de centrifugaalkracht. Een negatieve wegverkanting werkt juist tegen je. Wees daarom extra voorzichtig op een bocht met negatieve wegverkanting en minder op tijd gas.
Een gebogen deel van de weg. In een bocht verandert de richting van de weg. Je zicht naar voren wordt daardoor kleiner.
Ook over een heuvel is je zicht beperkt. Je weet namelijk niet wat er achter de top rijdt of stilstaat.
Een verhoging in de weg. Achter de top van een heuvel kun je niet kijken. Dat heet beperkt zicht.
Hoe ver je vooruit kunt kijken op de weg. In een bocht of over een heuvel is je zicht kleiner dan op een rechte weg.
Neem daarom ook voor een heuvel gas terug. Zo kun je op tijd stoppen als er aan de andere kant van de heuvel iemand stilstaat of langzaam rijdt. Dit heet de stopafstandregel: je moet altijd kunnen stoppen binnen het stuk weg dat je kunt zien.
Je rijdt op een landweg en ziet een scherpe bocht. Je rijdt nog 80 km/u. Dat is te snel. Je remt voor de bocht, neemt de bocht op lage snelheid en geeft daarna weer gas. Zo blijf je in controle.
Je rijdt op een smalle weg buiten de bebouwde kom. De weg loopt omhoog en achter de top kun je niet kijken. Daarom verlaag je je snelheid. Zo kun je stoppen als er aan de andere kant van de heuvel iemand staat.
