Rijden in de bergen en op dijkwegen

Gebruik van de weg Snelheid

Je moet altijd op tijd kunnen stoppen. Dit betekent: binnen de afstand die je kunt overzien. Op een dalende weg en op een dijkweg vraagt dit extra aandacht.

Bergen

Bergachtig terrein met hellingen omhoog en omlaag. Op dalende wegen trekt de zwaartekracht je voertuig naar voren.

Dalende weg

Een weg die naar beneden loopt. Rem je niet, dan versnelt je voertuig vanzelf.

Motorrem

Het remmende effect van de motor zelf. Haal je je voet van het gaspedaal, of schakel je terug naar een lagere versnelling? Dan remt de motor het voertuig af. Je gebruikt je remmen dan minder, of soms zelfs helemaal niet.

Oververhitting remmen

Rem je lang en vaak, dan worden je remmen erg heet. Hete remmen werken slechter, of soms zelfs helemaal niet meer. Dit noem je remvervaging.

Dijkweg

Een weg die over of langs een dijk loopt. De weg is smal en hoog gelegen, en aan de zijkanten is weinig ruimte. Daardoor is het zicht op tegemoetkomend verkeer beperkt.

Op een dalende weg versnelt je auto vanzelf. Daarom moet je je snelheid goed beheersen, zodat je altijd kunt stoppen. Rem je veel en lang, dan worden je remmen erg heet.

Gebruik daarom de motorrem. Schakel terug naar een lagere versnelling, dan helpt de motor mee met afremmen. Zo gebruik je je remmen minder en blijven ze koel.

Op een dijkweg heb je maar beperkt zicht op tegemoetkomend verkeer. De weg is vaak smal en hoog gelegen. Pas daarom je snelheid aan, zodat je kunt stoppen als er plotseling een voertuig voor je opduikt.

Je rijdt op een lange helling naar beneden en zet een lagere versnelling in. De motor helpt mee bij het remmen, waardoor je nauwelijks je rempedaal hoeft te gebruiken. Je remmen blijven koel en je hebt de auto goed onder controle.

Je rijdt over een dijk. De weg maakt een bocht, waardoor je niet ver vooruit kunt kijken. Je rijdt daarom rustig, zodat je kunt stoppen als er een tegenligger opduikt.