Gebruik van de weg Stilstaan en parkeren
Op sommige plekken mag je niet parkeren. Zo blijft het verkeer veilig en kan iedereen goed doorrijden.
Op verboden plaatsen parkeren mag nooit. Dat geldt ook als er geen bord staat.
Verboden parkeerplaatsen
Je mag je voertuig niet parkeren op de volgende plaatsen:
- Bij een kruispunt, op minder dan 5 meter van het kruispunt.
- Voor een inrit of uitrit.
- Op de rijbaan van een voorrangsweg buiten de bebouwde kom.
- Op een parkeergelegenheid die niet voor jouw voertuig is bedoeld.
- Naast een ander geparkeerd voertuig (dubbelparkeren).
- Langs een gele onderbroken streep.
- Op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen.
- Op een parkeerplaats voor vergunninghouders (bord E9 [afb:68]), als je geen vergunning hebt.
Een parkeerverbod betekent dat je je voertuig niet langer mag laten staan dan nodig is. Even stoppen om iemand in of uit te laten stappen mag wel.
Bij een inrit rijd je een terrein of garage in. Bij een uitrit rijd je er juist uit. Parkeer je daar, dan blokkeer je de doorgang voor anderen.
Op een voorrangsweg heb jij voorrang op ander verkeer. Dit zie je aan een bord. Buiten de bebouwde kom mag je op de rijbaan van zo'n weg niet parkeren.
Bij dubbelparkeren zet je je voertuig naast een al geparkeerd voertuig. Je staat dan op de rijbaan en blokkeert het verkeer.
Bij een kruispunt geldt een parkeerverbod binnen 5 meter van het kruispunt. Daardoor houden alle bestuurders goed zicht op het kruispunt.
Je zoekt een parkeerplaats in een woonstraat en ziet een vrije plek vlak voor de oprit van een buurman. Daar mag je niet parkeren. De buurman moet zijn oprit namelijk in en uit kunnen rijden.
