Bebakening langs autosnelwegen (afritten, vluchthavens)

Verkeerstekens en aanwijzingen Bebakening en aanwijzingen

Autosnelweg

Een autosnelweg is een weg met bord G1. Parkeerplaatsen en tankstations langs de weg horen daar niet bij.

Bebakening

Bebakening is het geheel van borden, markeringen en bakens langs de weg. Ze geven je informatie over de weg, de rijstroken en de afstanden.

Op een autosnelweg rijd je snel. Daarom moet je op tijd weten waar je afrit is. Borden en bakens helpen je om op tijd de juiste strook te kiezen.

Je bent verplicht om verkeerstekens op te volgen. Dat geldt ook voor bewegwijzeringsborden op de autosnelweg.

Afrit

Een afrit is de uitrit van de autosnelweg. Elke afrit heeft een eigen nummer. Dat nummer staat op het voorwegwijzerbord (K2) voor de afrit.

Het K2-bord kondigt een afrit aan. Op dat bord zie je hoe ver de afrit nog is. Ook staan het afritnummer en de bestemming erop. Zo weet je op tijd of je de juiste afrit hebt.

Vluchtstrook

Een vluchtstrook is een smalle strook naast de rijbaan, gescheiden door een doorgetrokken streep. Deze strook is alleen bedoeld voor noodgevallen, zoals pech of een ongeluk. Soms is hij tijdelijk opengesteld als spitsstrook. Geeft het rijstrooklicht dit aan, dan mag je erop rijden.

Vluchthaven

Een vluchthaven is een verbreding naast de vluchtstrook of rijbaan. Daar kun je veilig stoppen als je pech hebt of als je voertuig problemen geeft.

Bord L14 geeft aan dat er een vluchthaven is. Vluchthavens liggen op vaste afstanden langs de autosnelweg. Soms heeft een vluchthaven ook een noodtelefoon of een brandblusapparaat.

Je rijdt op de autosnelweg en je motor begint te sputteren. Je ziet bord L14 aan de kant van de weg staan. Je rijdt de vluchthaven in en stopt daar veilig. Zet je motor uit en ga zelf achter de vangrail staan.

Als motorrijder ben je kwetsbaarder dan een automobilist. Stop bij pech daarom altijd zo ver mogelijk van de rijbaan af. Sta je buiten de vluchthaven, houdt dan je helm op.