Verkeerstekens en aanwijzingen Werking verkeerstekens
Een verkeerslicht speciaal voor voetgangers. Het toont groen, knipperend groen of rood.
De rijbaan of een fietspad kruisen als voetganger.
Betekenis voetgangerslichten
Bij groen licht mag je oversteken. Knippert het licht groen, dan mag je nog oversteken, maar let op: rood komt eraan. Bij rood licht begin je niet meer met oversteken. Ben je al bezig met oversteken, dan loop je zo snel mogelijk door.
Een waarschuwing dat het licht bijna op rood springt. Sta je er al vlak voor of ben je al begonnen met oversteken? Dan mag je nog verder lopen.
Bij rood mag je niet meer beginnen met oversteken. Sta je al op de rijbaan, dan loop je zo snel mogelijk door. Ben je nog aan de kant, dan wacht je tot het licht weer groen wordt voordat je oversteekt.
Een geel knipperende waarschuwingsdriehoek die soms het rode voetgangerslicht vervangt. Je mag dan oversteken, maar je laat ander verkeer voor gaan.
Gele knipperende waarschuwingsdriehoek
Soms brandt er een gele knipperende driehoek in plaats van het rode licht. In dat geval mag je op eigen inzicht oversteken. Let op: je geeft dan wel voorrang aan al het andere verkeer ter plaatse.
Het recht van een andere weggebruiker om als eerste te rijden of over te steken. Moet jij voorrang verlenen? Dan wacht je totdat die weggebruiker voorbij is.
Je wilt een drukke weg oversteken. Het licht staat op groen, dus je begint te lopen. Halverwege springt het licht op rood. Toch loop je rustig door, want je was al begonnen met oversteken.
