Verkeerstekens en aanwijzingen Verkeerstekens op het wegdek
Een ononderbroken lijnmarkering op de rijbaan.
Een doorgetrokken streep in het midden van de rijbaan. Deze streep scheidt de twee rijrichtingen van elkaar.
Een gedeelte van de rijbaan dat is gemarkeerd met strepen en afbeeldingen van een fiets.
Met je voertuig over een wegmarkering heen rijden, zodat je aan de andere kant van de streep terechtkomt.
Een object dat de doorgang blokkeert. Denk aan een stilstaand voertuig, een defecte auto of puin op de rijbaan.
Een doorgetrokken streep mag je niet overschrijden. Scheidt een doorgetrokken asstreep rijstroken met verkeer in beide richtingen? Dan mag je je ook niet links van die streep bevinden.
Als motorrijder geldt voor jou dezelfde regel als voor andere bestuurders. Een doorgetrokken streep geeft aan dat oversteken gevaarlijk is. Dat komt bijvoorbeeld door slecht zicht of door een gevaarlijke situatie verderop. Blijf daarom aan de goede kant van de streep.
Er zijn twee uitzonderingen. Je mag een doorgetrokken streep wél overschrijden om een vluchthaven, vluchtstrook of spitsstrook te bereiken of te verlaten. Ook mag je de streep overschrijden als aan jouw kant een onderbroken streep ligt.
Voor een doorgetrokken streep langs een fietsstrook geldt een aparte regel. Mag je de fietsstrook gebruiken? Dan mag je die streep overschrijden om andere bestuurders op de fietsstrook in te halen.
Je rijdt op een tweebaansweg. Door pech staat een auto stil op jouw rijstrook. Tussen jouw rijstrook en het tegemoetkomende verkeer ligt een doorgetrokken asstreep. Je mag deze streep niet overschrijden om de auto te passeren. Je moet daarom achter de auto blijven wachten totdat je de situatie veilig en volgens de verkeersregels kunt vervolgen.
Let op: de kantstreep valt buiten dit verbod. Dit is de doorgetrokken streep langs de rand van de rijbaan. Die streep mag je wél overschrijden, want hij ligt langs de rand van de rijbaanverharding en scheidt geen rijstroken.
