Verkeerstekens en aanwijzingen Bebakening en aanwijzingen
Een verkeersregelaar is een bevoegd persoon die het verkeer regelt met gebaren of mondelinge aanwijzingen. Je herkent hem aan zijn kenbare uitrusting, zoals een hesje of uniform.
Geeft een verkeersregelaar je een aanwijzing? Dan ben je verplicht die op te volgen. Dit geldt ook als de aanwijzing afwijkt van een bord of verkeerslicht.
Aanwijzingen van een verkeersregelaar gaan boven verkeerstekens en verkeersregels.
Een verkeersregelaar gebruikt vaste handgebaren. Die gebaren hebben een vaste betekenis die jij als motorrijder moet kennen.
Een handgebaar is een teken dat de verkeersregelaar met zijn arm of hand maakt. Elk gebaar heeft een vaste betekenis.
Er zijn drie belangrijke gebaren:
- Opgestoken arm: stop. Dit is het stopteken.
- Zijwaarts gestrekte arm: je nadert een denkbeeldige stoplijn. Je mag niet doorrijden.
- Wenkend gebaar: je mag doorrijden.
Het stopteken is een opgestoken arm van de verkeersregelaar. Je stopt direct en wacht op een volgend gebaar.
Steekt een verkeersregelaar zijn arm zijwaarts uit? Dan staat hij voor het verkeer dat hij tegenhoudt. Je stopt op een veilige plek zonder het kruispunt op te rijden.
Een aanwijzing is een mondeling bevel of een gebaar van een verkeersregelaar. Je bent verplicht die op te volgen.
Let op je stabiliteit als motorrijder. Zet je voeten op de grond als je stopt voor een verkeersregelaar.
Er is een ongeluk op een kruispunt. Een agent regelt het verkeer. Het verkeerslicht staat op groen, maar de agent steekt zijn arm op. Je stopt direct, want de aanwijzing van de agent gaat boven het groene licht.
