Verkeerstekens en aanwijzingen Werking verkeerstekens
Een verkeersteken vertelt je hoe je je in het verkeer moet gedragen. Er zijn drie soorten: verkeersborden, wegmarkeringen en verkeerslichten.
Een verkeersbord staat langs of boven de weg. Het geeft een gebod, een verbod of een waarschuwing aan.
Een wegmarkering is een streep, pijl of vlak op het wegdek. Denk aan rijstrooklijnen, voetgangersoversteekplaatsen en stopstrepen.
Een verkeerslicht regelt het verkeer met licht. Het bekendste verkeerslicht heeft drie kleuren: rood, geel en groen.
De rangorde bepaalt welk verkeersteken voorgaat als twee tekens elkaar tegenspreken.
Je bent als weggebruiker verplicht om verkeerstekens op te volgen die een gebod of verbod inhouden.
Verkeerstekens gaan boven de algemene verkeersregels. Dat geldt alleen als het bord ingaat tegen de gewone regel. Is er geen tegenstelling, dan gelden het bord en de regel gewoon naast elkaar.
Verkeerslichten gaan boven verkeerstekens die de voorrang regelen. Staat een verkeerslicht op rood, dan wacht je. Dat geldt ook als je normaal voorrang zou hebben. Let op: een snelheidsbord of inhaalverbod blijft gewoon gelden, ook als het licht op groen staat.
Rangorde
Van hoog naar laag ziet de rangorde van verkeerstekens er zo uit:
- Aanwijzingen van verkeersregelaars
- Verkeerslichten (gaan boven verkeerstekens die de voorrang regelen)
- Verkeersborden en wegmarkeringen
- Algemene verkeersregels
Aanwijzingen van verkeersregelaars gaan boven alles. Ze kunnen alle andere tekens en regels opzijzetten. Een verkeersregelaar kan je bijvoorbeeld door rood laten rijden als dat nodig is.
Je rijdt op de motor en staat voor een verkeerslicht. Het licht gaat op groen. Voor je staat een verkeersregelaar met zijn hand omhoog. Hij geeft een stopteken. Je moet stoppen. De aanwijzing van de verkeersregelaar gaat voor, ook al staat het licht op groen.
