Verkeerstekens en aanwijzingen Bebakening en aanwijzingen
Op autosnelwegen en autowegen staan twee hulpmiddelen die je helpen bij oriëntatie: hectometerbordjes en reflectorpaaltjes. Ze geven je informatie over je positie en de rand van de weg.
Een hectometerbordje is een klein groen bordje langs de weg. Het geeft de naam (nummer) van de weg en de afstand in kilometers vanaf het begin van die weg. Soms staat er ook "Li" (linker rijbaan) of "Re" (rechter rijbaan) bij.
Krijg je pech, dan bel je 112 of de Wegenwacht. Geef daarbij het nummer van het dichtstbijzijnde hectometerbordje door. Zo weet de hulpdienst precies waar je staat. Op de motor zie je zo'n bordje snel voorbijkomen. Let er dus goed op zodra je merkt dat er iets mis is.
Een reflectorpaaltje is een klein paaltje aan de rand van de weg. Het reflecteert het licht van je koplamp terug. Rechts staan de rode reflectorpaaltjes, links de witte.
De rijbaanzijde is de kant van de rijbaan waar je rijdt. "Li" staat voor de linker rijbaan, "Re" voor de rechter rijbaan. Bij een weg met twee aparte rijbanen staat dit soms op het hectometerbordje.
Oriëntatie betekent dat je weet waar je bent en welke kant je op rijdt. Rijd je op een onbekende weg, dan helpen hectometerbordjes en reflectorpaaltjes je om je te oriënteren.
Het wegverloop is de vorm en richting van de weg. De reflectorpaaltjes langs de rand laten zien hoe de weg loopt, ook in het donker of bij mist.
Op een motor zijn reflectorpaaltjes extra handig. Je koplamp verlicht ze al vroeg. In een bocht zie je aan de lijn van paaltjes hoe scherp die bocht is. Daardoor kun je je rijlijn en snelheid beter aanpassen.
Je rijdt 's avonds op een landweg en het wordt plotseling donker. Je ziet de witte reflectorpaaltjes links oplichten en de rode rechts. De lijn buigt naar rechts, dus je ziet dat er een bocht aankomt. Je past je snelheid op tijd aan en rijdt de bocht soepel door.
