Voorrangsborden en stopbord

Verkeerstekens en aanwijzingen Verkeersborden betekenis

Voorrangsweg

Een weg waarop jij voorrang hebt op kruisende wegen. Je herkent een voorrangsweg aan bord B1.

Bord B1 — Voorrangsweg

Dit bord laat zien dat je op een voorrangsweg rijdt. Op een kruispunt heb je dan voorrang op bestuurders die de weg kruisen.

Bord B2 — Einde voorrangsweg

Dit bord laat zien dat de voorrangsweg eindigt. Vanaf hier heb je geen automatische voorrang meer op kruisende wegen.

Borden B3, B4 en B5 — Aankondiging voorrangskruispunt

Deze borden kondigen een voorrangskruispunt aan. De dikke lijn in het diagram is de voorrangsweg. Bord B3 hoort bij een gewoon kruispunt. Bord B4 hoort bij een T-kruispunt met een zijweg rechts. Bord B5 hoort bij een T-kruispunt met een zijweg links.

Voorrangsbord

Een bord dat aangeeft wie op een kruispunt voorrang heeft. Bord B1 laat zien dat jij op een voorrangsweg rijdt. Borden B6 en B7 laten zien dat jij voorrang moet verlenen.

Voorrang verlenen

De andere bestuurder de ruimte geven om ongehinderd door te rijden. Je wacht tot het veilig is om verder te rijden.

Haaientanden

Driehoekige markeringen op het wegdek, met de punt richting jouw rijrichting. Ze laten zien dat je voorrang moet verlenen aan bestuurders op de kruisende weg.

Bord B6 — Verleen voorrang

Een omgekeerde driehoek met rode rand. Je moet voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg. Bij dit bord staan op het wegdek haaientanden. Je stopt of vertraagt, zodat kruisend verkeer ongehinderd kan doorrijden.

Stopbord

Bord B7: een achthoekig rood bord met het woord STOP. Je moet volledig stoppen voor de stopstreep. Daarna verleen je voorrang aan bestuurders op de kruisende weg.

Bord B7 — Stop

Je moet volledig stoppen voor de stopstreep. Daarna verleen je voorrang aan bestuurders op de kruisende weg. Ook als je niets ziet aankomen, moet je stoppen. Pas als het veilig is, mag je wegrijden.

Bij bord B6 mag je doorrijden als er niemand aankomt. Bij bord B7 moet je altijd stoppen, ook als de weg vrij is. Dat is het verschil tussen de twee borden.

Je rijdt op een landweg. Bij een kruispunt zie je bord B6 en op het wegdek haaientanden. Van links nadert een auto. Jij remt en wacht. De auto rijdt door. Pas als de weg vrij is, rijd je verder.

Je nadert een kruispunt met bord B7 en een stopstreep. De weg lijkt vrij. Toch stop je volledig voor de streep. Je kijkt goed naar links en rechts. Pas als er niets aankomt, steek je over.