Verkeerstekens en aanwijzingen Verkeerstekens op het wegdek
Op de rijbaan zie je soms vlakken met schuine strepen of een meerhoekig vlak bij een splitsing. Daar mag je niet overheen rijden. Dit geldt voor alle bestuurders, ook op de motor.
Een gedeelte van de rijbaan met schuine strepen. Het verdrijft verkeer naar de juiste rijstrook.
Een meerhoekig vlak op het wegdek. Je ziet het bij splitsingen of samenvoegingen van wegen of rijstroken.
Het deel van de weg dat bedoeld is voor rijdende voertuigen. Fietspaden en fiets/bromfietspaden horen er niet bij.
Rijd niet over een verdrijvingsvlak of een puntstuk. Je mag er geen gebruik van maken.
De markering laat zien dat je op de rijbaan moet blijven. Een verdrijvingsvlak of puntstuk telt namelijk niet als rijstrook. Rijd je er toch overheen, dan overtreed je de wet.
Een vluchtstrook die tijdens druk verkeer als rijstrook is aangewezen. Je herkent dit aan bord C23-01.
Er zijn twee uitzonderingen. Ligt de markering op een geopende spitsstrook, dan mag je er wel overheen rijden. Zo'n spitsstrook volgt soms een splitsing of samenvoeging van rijstroken. Op dat punt kruist de spitsstrook het verdrijvingsvlak of puntstuk.
Volg je rechtmatig een busbaan of busstrook die een splitsing of samenvoeging passeert? Dan mag je ook over het verdrijvingsvlak of puntstuk rijden. Als motorrijder mag je normaal geen busbaan gebruiken. Daardoor geldt deze uitzondering voor jou bijna nooit.
Je rijdt op de snelweg op de vluchtstrook die als spitsstrook is opengesteld. De strook loopt langs een puntstuk bij een samenvoeging. Omdat je een geopende spitsstrook volgt, mag je over het puntstuk rijden.
