Banden controleren

Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden BRAVO-A

De banden zijn het enige contact tussen je motor en de weg. Daarom zijn goede banden zo belangrijk voor veilig rijden. Controleer je banden regelmatig, ook als je zelf niets verkeerds opmerkt.

Profieldiepte

De diepte van de groeven in het loopvlak van een band. Voor motorfietsen is de minimale profieldiepte 1 mm. Hoe dieper het profiel, hoe beter de band water afvoert.

Slijtage-indicator

Een klein blokje rubber in de groef van de band. Staat het loopvlak even hoog als dit blokje? Dan is de band versleten en moet je hem vervangen.

Bandenspanning

De luchtdruk in een band, gemeten in bar. Bij te weinig of te veel spanning wordt het weggedrag slechter en slijt de band sneller.

Ventieldop

Een klein dopje op het ventiel van de band. Het ventiel houdt de lucht in de band. De ventieldop beschermt het ventiel tegen vuil en beschadiging.

Veroudering

Na verloop van tijd wordt rubber hard en bros. Verouderd rubber verliest grip, ook als het profiel nog diep genoeg lijkt.

Controleer bij elke band eerst het profiel. Kijk of de slijtage-indicatoren nog onder het loopvlak zitten. Staat de indicator gelijk aan het loopvlak? Dan is de band te ver versleten. Vervang hem dan meteen.

Controleer ook of de ventieldopjes er nog op zitten. Ze voorkomen dat het ventiel vuil wordt en gaat lekken. Een ontbrekend ventieldopje kost weinig, maar kan zorgen voor een lege band.

De minimale profieldiepte voor motorfietsbanden is 1 mm. Rijden met minder profiel is gevaarlijk en verboden.

Meet de bandenspanning ongeveer een keer per maand. Doe dit altijd bij koude banden, dus vóór je gaat rijden. Na een rit zijn de banden warmer en lijkt de druk hoger. De juiste waarden vind je in het instructieboekje van je motor.

Kijk ook of de banden beschadigd zijn. Let op uitstulpingen, scheurtjes in het zijvlak en tekenen van veroudering, zoals hard of gebarsten rubber. Een band met een uitstulping kan op elk moment klappen. Gebruik zo'n band dan ook niet meer.

Je staat 's ochtends klaar om te vertrekken. Voor het opstappen loop je even rond de motor. Je ziet een kleine uitstulping op het zijvlak van de achterband. Je rijdt niet weg, maar belt een garage. De monteur bevestigt dat de band vervangen moet worden. Door dit op te merken voorkom je een klapband onderweg.