Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden Afstand bewaren, verkeersinzicht en zicht
Wegverkanting is de hellingshoek van het wegdek in een bocht. Wegen zijn in bochten soms schuin aangelegd om het rijden makkelijker te maken.
Bij positieve verkanting helt de weg in de bocht naar binnen. Het laagste punt ligt dan aan de binnenkant van de bocht. Dit helpt je om de bocht te nemen, want de weg duwt je als het ware de goede kant op.
Bij negatieve verkanting helt de weg juist de verkeerde kant op. Het laagste punt ligt dan aan de buitenkant van de bocht. Daardoor wordt de bocht moeilijker: je moet meer kracht gebruiken om op de weg te blijven.
De middelpuntvliedende kracht is de kracht die je naar de buitenbocht duwt als je een bocht neemt. Hoe harder je rijdt, hoe groter deze kracht is. Rijd je twee keer zo hard, dan is de kracht zelfs vier keer zo groot.
Op een motor voel je wegverkanting sterker dan in een auto, want je lichaam en de motor leunen mee in de bocht. Bij positieve verkanting werkt de helling mee en voelt de bocht stabiel aan. Je hoeft dan minder te leunen om je lijn te houden.
Bij negatieve verkanting werkt de helling juist tegen je. De middelpuntvliedende kracht duwt je naar buiten en de weg helt ook naar buiten. Dat is een gevaarlijke combinatie. Je moet dan extra leunen en je snelheid goed aanpassen.
De middelpuntvliedende kracht wordt vier keer zo groot als je snelheid verdubbelt. Rijd je twee keer zo hard door een bocht, dan moet je dus vier keer zoveel kracht overwinnen om op koers te blijven.
Pas je snelheid daarom altijd aan vóór de bocht, niet erin. Merk je pas in de bocht dat je te hard rijdt, dan is het al te laat om te remmen zonder grip te verliezen. Kies ook bewust je lijn. Bij negatieve verkanting rijd je de bocht bijvoorbeeld ruimer en leun je meer.
Je rijdt op een bergachtige weg en komt een scherpe bocht in. De weg helt naar de buitenkant van de bocht en je voelt dat de motor naar buiten trekt. Omdat je van tevoren al langzamer reed, heb je genoeg grip om de bocht te nemen. Was je nog vol gas blijven rijden, dan was de middelpuntvliedende kracht te groot geweest om je motor op de weg te kunnen houden.
