Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden Veiligheidseisen en speciale situaties
Een motor is gevoeliger voor wind dan een auto. Dat komt doordat je op twee wielen rijdt en je lichaam wind opvangt als een zeil. Hoe lichter en hoger een voertuig is, hoe meer de wind grip op je krijgt. Op een motor merk je dat direct.
Wind die van de zijkant op je voertuig blaast. Zijwind duwt je van je koers af.
Een plotselinge, korte wind die harder blaast dan de wind daarvoor. Een windvlaag komt onverwacht en kan je verrassen.
Op de lijn blijven die je wilt rijden. Bij wind moet je actief sturen om je koers te houden.
De mate waarin een voertuig zijn evenwicht bewaart. Een motor heeft minder stabiliteit dan een auto, omdat hij op twee wielen rijdt.
Bij wind stuur je actief tegen, zodat je rechtuit blijft rijden. Dat kost meer concentratie dan normaal. Pas daarom je snelheid aan, zodat je altijd in controle blijft.
Anticipeer op windvlagen. Verminder je snelheid en houd meer afstand bij harde wind.
Windvlagen komen op een aantal vaste plekken vaak voor. Let extra op bij:
- Bruggen, waar de wind vrij spel heeft
- Openingen tussen gebouwen of bomen, waar wind door de opening blaast
- Inhalen van een vrachtauto, die eerst beschutting geeft en daarna opeens niet meer
Kun je inschatten dat er een windvlaag aankomt? Hang dan al op tijd tegen de wind in. Dat betekent dat je licht leunt naar de kant waar de wind vandaan komt. Zo vang je de windvlaag op zonder dat je van je lijn af raakt.
Je rijdt over een brug. Links is geen beschutting meer. Een windvlaag treft je van links. Omdat je dit verwacht, hang je al iets naar links. De motor blijft op koers en je rijdt de brug veilig over.
Ook na een inhalende vrachtauto voel je een windeffect. Naast de vrachtauto rijd je beschut, vlak erna valt die beschutting plotseling weg. Houd op dat moment het stuur stevig vast en corrigeer snel.
