Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden Afstand bewaren, verkeersinzicht en zicht
Rijd altijd binnen je zichtafstand
Je moet altijd kunnen stoppen binnen de afstand die je voor je kunt overzien. Op een slecht wegdek is je remweg langer. Rijd dan dus langzamer.
Grip is de mate waarin je band contact heeft met het wegdek. Heb je meer grip, dan kun je beter optrekken, remmen en sturen. Op een glad of nat oppervlak is de grip minder.
De remweg is de afstand die je aflegt vanaf het moment dat je begint te remmen tot je stilstaat. Een hogere snelheid of minder grip maakt de remweg langer.
Het wegdek is het oppervlak waarop je rijdt. De staat en het soort wegdek bepalen hoeveel grip je banden hebben. Een nat, oud of beschadigd wegdek geeft minder grip.
Spoorvorming zijn de gleuven die zwaar verkeer in het asfalt heeft gesleten. Bij regen blijft er water in die gleuven staan. Daardoor wordt het risico op aquaplaning groter.
Bij slipgevaar verliest je band grip op het wegdek. Je motor kan dan plotseling wegglijden. Dit gebeurt vaker bij een motorfietser dan bij een autorijder, want een motorband is smaller.
De smalle banden van een motorfiets reageren sterker op ongelijkheden in het wegdek dan de brede banden van een auto. Een klein obstakel, zoals een putdeksel of losliggende steentjes, kan je stuur meteen doen bewegen. Let daar dus altijd op.
Gladde wegmarkeringen, zoals witte strepen en zebrapaden, zijn bij regen erg glad. Probeer ze te ontwijken en rijd er anders rechtdoor overheen. Rem niet terwijl je erover rijdt en stuur op dat moment ook niet. Geef jezelf ruimte voordat je een correctie maakt.
Tramrails zijn extra gevaarlijk voor een motorfiets. Je band kan er namelijk in wegglijden. Steek tramrails daarom altijd haaks over en rijd nooit evenwijdig aan de rails. Rem ook niet tijdens het oversteken.
Je rijdt door een stadsstraat met tramrails en je wilt de rails oversteken. Je stuurt je motor zodat je haaks op de rails rijdt. Je geeft geen gas en je remt niet tijdens het oversteken. Zo glijdt je band niet in de gleuf.
Bij spoorvorming kan regenwater in de gleuven blijven staan. Je band verliest dan plotseling grip. Dit heet aquaplaning. Bij een motorfiets gaat dit sneller dan bij een auto. Rijd bij natte spoorvorming daarom rustig en recht, en vermijd abrupte stuurcorrecties.
Je rijdt op een landweg met diepe sporen in het asfalt. Het heeft geregend en je ziet plasjes water in de sporen liggen. Je vermindert je snelheid en houdt je stuur recht. Je remt niet plotseling, maar mindert geleidelijk vaart.
