Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden BRAVO-A
Dit zijn alle lichten die de wet verplicht stelt op een motorfiets. Denk aan koplamp, achterlicht, remlicht en kentekenplaatverlichting. Deze lichten moeten altijd werken.
Controleer regelmatig of alle lichten het doen. Rijdend zie je een kapot lampje namelijk niet altijd zelf. Stap daarom af en loop om je motor heen. Controleer elke lamp apart.
Het doorzichtige of gekleurde kunststof of glas dat de lamp beschermt. Een beschadigd of vuil lampglas vermindert de lichtopbrengst.
Let bij je controle ook op de lampglazen. Een gebarsten lampglas laat namelijk water binnen. Dat water beschadigt de lamp en zorgt voor vocht van binnenuit, oftewel condens. Een vuil of beschadigd lampglas laat minder licht door, ook al werkt de lamp zelf nog gewoon goed. Vervang een beschadigd lampglas daarom direct.
Kijk ook of er roest zit bij de lampfittingen. Roest, ofwel corrosie, zorgt voor slecht contact. Een lamp met slecht contact werkt onbetrouwbaar. Hij kan uitvallen precies op het moment dat je hem nodig hebt.
Een lamp die de kentekenplaat van achteren verlicht. Zo kunnen andere weggebruikers en de politie je kenteken lezen in het donker.
De kentekenplaatverlichting brandt automatisch mee met het achterlicht. Controleer deze lamp dus ook bij je verlichtingscheck. Hij zit laag en valt bij een controle minder snel op als hij kapot is.
Een inrichting die licht weerkaatst van een andere lichtbron, zoals de koplampen van een auto. De retroreflector maakt je motor zichtbaar zonder dat je eigen lichten hoeven te branden.
Op een motorfiets is een rode retroreflector verplicht aan de achterkant. Die moet er zijn, ook als je de motor geparkeerd hebt staan. Controleer of de reflector heel is en niet is bedekt door vuil of een tas.
Je hebt je motor een week buiten geparkeerd. Voor je wegrijdt, loop je er even omheen. Je ziet dat een lampglas scheurtjes heeft en dat de retroreflector grotendeels bedekt is door opgedroogd modder. Je maakt de reflector schoon en laat het lampglas vervangen voor je weer de weg op gaat.
