Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden Afstand bewaren, verkeersinzicht en zicht
Verblinding ontstaat als fel licht direct in je ogen schijnt. Je ziet dan tijdelijk niets of veel minder. Je ogen moeten even wennen voordat je weer normaal kunt zien.
Schittering is het weerkaatsen van licht op een oppervlak, zoals nat wegdek of glas. Het licht flitst in je ogen en vermindert je zicht, ook al schijnt de bron niet direct op je.
Schemer is de overgang tussen dag en nacht. Het is dan niet meer vol licht, maar ook nog niet echt donker. Je zicht is beperkt en je bent slecht zichtbaar voor anderen.
Dimlicht verlicht de weg voor je zonder andere weggebruikers te verblinden. Je gebruikt het bij schemering, in het donker en overdag als het zicht ernstig belemmerd is.
Je moet altijd kunnen stoppen binnen de afstand die je kunt overzien en die vrij is.
Let op een laagstaande zon in de avond of ochtend. Die kan je direct verblinden, want de zon staat dan zo laag dat je zonneklep weinig helpt. Schittering op nat wegdek of een natte motorkap maakt het dan extra lastig om de weg nog goed te kunnen zien.
Als motorrijder heb je bij verblinding een extra probleem. Je hebt geen carrosserie die je beschermt, dus je blikveld is direct blootgesteld aan het licht. Daardoor reageer je misschien trager op wat er voor je gebeurt.
Bij schemer en in het donker ben jij als motorrijder extra slecht zichtbaar voor andere weggebruikers. Je profiel is smal, waardoor andere bestuurders je afstand en snelheid moeilijker kunnen inschatten.
Bij ernstig belemmerd zicht overdag en altijd bij nacht voer je dimlicht.
Dimlicht maakt je zichtbaar voor anderen. Dat is bij schemer en in het donker voor een motorrijder minstens zo belangrijk als het verlichten van de weg voor jezelf.
Pas je rijgedrag aan als het zicht slecht is door zon of duisternis:
- Rijd langzamer, zodat je kunt stoppen binnen wat je kunt zien.
- Houd meer afstand tot de voorganger.
- Zet dimlicht aan bij schemer, ook als het wettelijk nog niet verplicht lijkt.
Je rijdt op een landweg en de zon staat laag achter je. Een tegenligger heeft er last van en ziet jou misschien te laat. Daarom rijd je iets langzamer en houd je extra ruimte aan de rechterkant. Zo geef je de ander tijd om te reageren als hij je pas laat ziet.
