Bestuurders van grote voertuigen en LZV's

Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden Wegsoorten en weggebruikers

Vrachtauto's, bussen en LZV's zijn groot en zwaar. Als motorrijder moet je weten hoe je veilig naast of achter deze voertuigen rijdt.

Vrachtauto

Een motorvoertuig dat niet is ingericht voor personenvervoer. De toegestane maximummassa is meer dan 3.500 kg.

Bus

Een voertuig voor personenvervoer met meer dan acht zitplaatsen. De bestuurdersstoel telt niet mee.

LZV

Een lange en zware vrachtautocombinatie. Een LZV mag maximaal 25,25 meter lang zijn. Achterop staat een markeringsbord.

Markeringsbord

Een geel langwerpig bord met rode rand met op de achterkant ''Pas op lang voertuig''. Het waarschuwt andere weggebruikers dat het voertuig extra ruimte nodig heeft.

Dode hoek

Het gebied rondom een voertuig dat de bestuurder niet kan zien. Niet direct en ook niet via spiegels of camera's. Bij vrachtauto's en bussen is dit gebied veel groter dan bij een personenauto.

Artikel 5 WVW verbiedt gedrag dat gevaar of hinder veroorzaakt. Rijd je in de dode hoek van een groot voertuig, dan breng je jezelf in gevaar.

Grote voertuigen hebben meerdere beperkingen. Ze hebben aan alle kanten grote dode hoeken en hebben veel ruimte nodig bij bochten. Ook komen ze traag op gang na een stop.

Als motorrijder ben je klein en snel. Dat geeft je een vals gevoel van veiligheid. Een vrachtwagenchauffeur ziet jou namelijk misschien helemaal niet als je naast of vlak voor zijn voertuig rijdt.

Rijd daarom niet naast een grote vrachtauto of bus, zeker niet aan de rechterkant. Blijf achter het voertuig of ga er ruim voor rijden. Houd bij een LZV extra afstand. Zo'n combinatie is namelijk 25,25 meter lang en reageert traag.

Bij een bushalte binnen de bebouwde kom geef je een bus de gelegenheid om weg te rijden. Geeft de buschauffeur richting aan, dan minder jij vaart of stop je.

Je rijdt op een drukke weg achter een vrachtauto. De vrachtauto mindert vaart voor een bocht naar rechts. Jij houdt ruim afstand. De vrachtauto maakt een wijde bocht en heeft daarbij de ruimte van de linkerrijstrook nodig. Had je te dichtbij gereden, dan had hij die ruimte niet gehad.