Mist en vorst

Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden Veiligheidseisen en speciale situaties

Mist

Bij mist hangen er kleine waterdruppeltjes in de lucht. Daardoor zie je minder ver.

Bij mist zie je minder ver. Daardoor heb je minder tijd om te reageren. Houd daarom meer afstand tot de weggebruiker voor je. Rijd ook langzamer, zodat je op tijd kunt stoppen binnen het stuk weg dat je nog kunt zien.

Mistlicht

Een mistlicht is een extra licht dat je bij slecht zicht mag gebruiken. Er bestaan mistvoorlichten en mistachterlichten.

Bij mist, sneeuwval of regen die het zicht ernstig belemmert, mag je de mistlichten aan de voorzijde voeren. Het mistachterlicht gebruik je alleen als het zicht beperkt is tot minder dan 50 meter.

Vorst

Vorst betekent dat het vriest. Het wegdek kan dan bevriezen en glad worden.

Gladheid

Bij gladheid biedt het wegdek minder grip, waardoor je motor kan slippen. Gladheid ontstaat door ijs, sneeuw, ijzel of bevroren regen.

Bij vorst bevriest het wegdek. Bruggen en viaducten bevriezen eerder dan andere weggedeelten. Dat komt doordat de lucht daar aan beide kanten kan afkoelen. Let daar dus extra op.

Valgevaar

Bij valgevaar is de kans groot dat je ten val komt. Op een tweewieler zoals een motor heb je geen beschermende carrosserie. Daardoor kan een val ernstige gevolgen hebben.

Als motorrijder rijd je op twee wielen. Bij gladheid verlies je snel grip. Rijden bij vorst wordt dan ook sterk afgeraden voor motorrijders. De kans op vallen is groot en de gevolgen zijn ernstig. Plan je rit bij vriesweer daarom liever met een ander vervoersmiddel.

Je rijdt op een viaduct. Het is 2 graden. De weg ernaartoe voelt droog, maar boven op het viaduct is de rijbaan bevroren. Je verliest plotseling grip. Door je lage tempo kun je de motor nog net overeind houden.